Bijlage II Subsidieregeling indemniteit bruiklenen
Subsidieregeling indemniteit bruiklenen
Standaardvragenlijst inzake beveiliging, opslag, transport, klimaatbeheersing, conditierapporten etc. tijdens de tentoonstellingsperiode. Datum aanvraag: Instelling: Adres: Telefoonnummer: Directeur: Tentoonstellingscoördinator: Naam van de tentoonstelling: Tentoonstellingsperiode: Indien de instelling beschikt over een algemeen plan ter zake van veiligheid, beveiliging, ontruiming etc. kan worden overeengekomen dat inzage in het plan of de verschaffing van uittreksels daarvan, geheel of gedeeltelijk in de plaats treedt van de beantwoording van onderstaande vragen. (Voeg indien aanwezig een ten behoeve van de tentoonstelling opgemaakt inspectierapport bij uw aanvraag) Ondergetekende verklaart deze vragenlijst naar waarheid te hebben ingevuld. Onjuiste vermelding van gegevens kan leiden tot intrekking van de indemniteitsverklaring. .....................,..................... (handtekening)
- a. Beschrijf in het kort de ligging en de belendingen van het gebouw.
- b. Vormen de belendingen een risicoverhogende factor (b.v. fabriek)?
- c. Zijn er andere risicoverhogende (externe) factoren, zoals aanrijding, vliegtuigen, overstroming, aardbeving?
- d. Hoe is de bereikbaarheid van het gebouw voor brandweervoertuigen?
- e. Geef een korte beschrijving van de constructie van het gebouw en de daarbij gebruikte materialen.
- f. Is er een bliksemafleiderinstallatie aangebracht?
- g. Op welke wijze zijn de gevelopeningen, deuren, ramen en bovenlichten versterkt? (Besteed daarbij aandacht aan veiligheidsbeglazing, stalen rolluiken, metalen schuifdeuren, in het metselwerk verankerde tralies, dekking met stalen platen aan de buitenkant etc.)
- h. Heeft het vaste sluitwerk hoge inbraakwerende eigenschappen? Geef specificaties.
- i. Zijn de nooduitgangen veilig vergrendeld als het pand gesloten is? Verlenen deze alleen doorgang in noodsituaties?
- a. Is, ter ondersteuning van de bouwkundige beveiliging, een goedgekeurd inbraakdetectiesysteem aanwezig? (Geef uitvoerige details. Betrek daarbij magneet-contact-detectoren, trildetectoren, ruimtelijk werkende detectoren, zoals ultra-sonoor, microgolf of passief-infrarood detectoren, etc.).
- b. Wordt het inbraakalarmsysteem voortdurend bewaakt, b.v. door de centrale meldkamer van een erkend beveiligingsbedrijf?
- c. Hoe dikwijls wordt het detectie- en meldsysteem onderhouden en gecontroleerd op de goede werking?
- d. Is het systeem aangesloten op een noodstroomvoorziening?
- e. Over welk fall-back systeem beschikt u voor het geval een ’stille’ (b.v. telefonische) doorverbinding wordt gesaboteerd of in het ongerede raakt?
- a. Is de instelling uitgerust met goed functionerende rook- of hittedetectoren? Zijn deze ook aanwezig in depots of tijdelijke opslagruimten?
- b. Wordt een afgegeven alarm automatisch doorgegeven aan de brandweer of aan de centrale meldkamer van een erkend beveiligingsbedrijf?
- c. Zijn deze systemen aangesloten op een noodstroomvoorziening?
- d. Hoe dikwijls worden detectie- en meldsystemen onderhouden en gecontroleerd?
- e. Hoe vindt de melding plaats indien er (in bepaalde ruimten) geen automatisch detectie- en meldsysteem aanwezig is.
- f. Beschikt de instelling over een sprinklerinstallatie? (Vermeld welke ruimten van de instelling worden bestreken en de wijze waarop de installatie wordt geactiveerd).
- g. Zijn kleine blusmiddelen (slanghaspels, handblusapparaten e.d.) in voldoende mate en op de juiste locaties aanwezig?
- h. Is watervoorziening voor de bestrijding van brand te allen tijde gewaarborgd?
- i. Over welke andere brandbestrijdingsmiddelen (zoals blusgasinstallaties) beschikt de instelling?
- j. Worden de daarvoor in aanmerking komende blusmiddelen, volgens de voorschriften van de leverancier of fabrikant, regelmatig op hun bedrijfszekerheid getest?
- k. Beschikt de instelling over enige vorm van compartimentering of brandscheidingen teneinde branduitbreiding te beperken?
- l. Zijn er in de instelling voorzieningen aangebracht die rookverspreiding kunnen tegengaan, b.v. nabij trappenhuizen?
- a. Krijgen alle medewerkers van de instelling een trainingsprogramma met richtlijnen in geval van brand, diefstal of andere calamiteiten?
- b. Wordt dit programma regelmatig, b.v. eens per half jaar geoefend?
- c. Is al het personeel bekend met de procedure voor het melden van een noodsituatie?
- d. Hanteert u een stringent sleutelbeheer? Welk beleid voert u bij het uitgeven van sleutels en hoe controleert u het uitgiftesysteem?
- a. Geef aan op welke wijze de temperatuur en de vochtigheidsgraad in de tentoonstellings- en opslagruimten wordt gecontroleerd.
- b. Welke zijn de hierbij gehanteerde normen?
- c. Omschrijf de door u gebruikte klimaatbeheersingsapparatuur.
- d. Werkt deze apparatuur 24 uur per dag?
- e. Vermeld nadere gegevens betreffende (eventuele) filters op luchtkanalen.
- f. Welke speciale maatregelen zullen worden genomen ten aanzien van voorwerpen die extra gevoelig zijn voor fluctuaties of extremen in luchtvochtigheid of temperatuur (b.v. panelen en andere houten voorwerpen).
- a. Hoe worden de tentoonstellingsruimten verlicht? Geef specificaties omtrent gebruik van daglicht en/of kunstlicht/spotjes in de tentoonstellingsruimten.
- b. Vermeld nadere gegevens betreffende Lux en UV en de terzake aanwezige meetapparatuur.
- c. Vermeld de frequentie van de controle van de hoeveelheden Lux en UV.
- d. Maakt u gebruik van lichtwerende materialen (b.v. gordijnen of voor- of achterzetramen)?
- a. Wat zijn de openingstijden van de instelling en/of de tentoonstelling?
- b. Vermeld het aantal bewakingsfunctionarissen in de tentoonstellings- en opslagruimten gedurende de tentoonstelling en hoe dezen worden ingezet.
- c. Hoe is de personele bewaking geregeld gedurende de periode dat de tentoonstelling niet open is voor het publiek. (In het algemeen zal een 24-uurs bewaking worden geëist voor tentoonstellingen waarvoor indemniteit is verleend).
- d. Is het bewakend personeel voorzien van apparatuur die het mogelijk maakt te allen tijde onmiddellijk noodsituaties te kunnen melden?
- e. Maximaliseert u het toe te laten aantal bezoekers op enig moment?
- f. Zullen in de tentoonstellingsruimten naar verwachting activiteiten plaats vinden die niet direct met de tentoonstelling verband houden, zoals recepties?
- g. Vermeld eventuele overige extra maatregelen m.b.t. de personele beveiliging.
- a. Wat is de exacte tentoonstellingslocatie (b.v. 2e verdieping)?
- b. Worden schilderijen met veiligheidsschroeven aan de muur bevestigd?
- c. Worden (bepaalde) schilderijen achter glas of plexiglas gemonteerd?
- d. Worden extra maatregelen getroffen t.a.v. kleine en/of zeer kostbare schilderijen of andere objecten?
- e. Indien objecten worden tentoongesteld in vitrines, welke eisen worden dan aan deze vitrines gesteld (veiligheidsglas, inbraakwerende sloten, bevestigd aan de muur of aan de vloer, voorzien van een alarmsysteem e.d.)?
- f. Zal gebruik worden gemaakt van b.v. hekken of drempels om een voldoende afstand van het publiek tot de kunstwerken te bevorderen?
- g. Worden (extra) hang- of trildetectoren aangebracht? Geef nadere details.
- h. Vermeld gegevens betreffende uw methode voor electronische observatie.
- i. Is er een zodanig evacuatieplan dat in geval van brand (nog) niet bedreigde objecten tijdig in veiligheid kunnen worden gebracht?
- j. Vermeld eventuele overige te treffen beveiligingsvoorzieningen.
- a. Wie verzorgt het inpakken en uitpakken van de voorwerpen?
- b. Wie is verantwoordelijk voor het opmaken van conditierapporten van de voorwerpen?
- c. Wordt voldaan aan de eis dat er conditierapporten worden opgemaakt:
- onmiddellijk voorafgaand aan verpakking en transport vanaf de door de bruikleengever(s) aangewezen locatie(s);
- onmiddellijk na aankomst op de tentoonstellingslocatie(s);
- onmiddellijk voorafgaand aan verpakking en transport vanaf de tentoonstellingslocatie(s);
- onmiddellijk na aankomst op de door de bruikleengever(s) aangegeven locatie(s)? 1N.B. Indien gebruik wordt gemaakt van (tijdelijke) opslagfaciliteiten, dienen conditierapporten te worden opgemaakt overeenkomstig bovenstaande aanwijzingen.
- d. Beschikt u over een afzonderlijke ruimte voor het verpakken van voorwerpen? Is deze ruimte geklimatiseerd?
- e. Vermeld de namen van vervoerders en eventuele begeleiders (koeriers).
- f. Vermeld gegevens betreffende de wijze(n) van transport (vliegtuig of vrachtauto). (Vanwege de vele risico’s die aan het vervoer van kostbare voorwerpen per schip of trein zijn verbonden, zijn deze wijzen van vervoer onder deze subsidieregeling in beginsel niet toegestaan. Met vervoer per schip of trein kan in het kader van deze subsidieregeling alleen worden ingestemd, indien:
- 1º. het vervoer betreft met een vrachtauto waarin de kostbare voorwerpen worden vervoerd,
- 2º. de kostbare voorwerpen tijdens het vervoer in die vrachtauto blijven,
- 3º. de klimaatbeheersingsinstallatie van die vrachtauto tijdens het vervoer in werking blijft, en
- 4º. het een vervoerstraject betreft van korte duur.)
- g. Welke maatregelen worden getroffen tijdens eventueel overladen en tijdelijke opslag van de voorwerpen?
- h. Zijn de te gebruiken vervoermiddelen geklimatiseerd?
- i. Geef aan welke speciale maatregelen worden getroffen met betrekking tot zeer kwetsbare/breekbare voorwerpen.
- j. Vermeld de maximale waarde van de voorwerpen te vervoeren per afzonderlijk vervoermiddel.