Bijlage IV Rdbm: behorende bij artikel 5 van de Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer
Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer (Rdbm)
Het benzinestation moet zodanig zijn uitgevoerd dat bij het vullen van een vaste opslagtank met benzine de uit deze opslagtank verdreven dampen door een gasdichte retourleiding kunnen worden teruggevoerd naar het reservoir van de tankwagen die de benzine levert (dampretour stage 1). Het systeem moet zo zijn ontworpen dat drukopbouw zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Indien een vacuümdrukklep wordt toegepast mag de drukopbouw in het gehele systeem niet meer bedragen dan de openingsdruk van de desbetreffende klep. Deze openingsdruk mag niet meer bedragen dan 3,92 kPa. Indien benzine wordt aangeleverd is het terugvoeren van de uit de vaste opslagtank verdreven benzinedampen met de in voorschrift 1 bedoelde voorziening verplicht. De aansluitpunten van de vulleidingen en de dampretourleidingen op het benzinestation moeten zodanig zijn uitgevoerd dat verwisseling van de vulslang en de dampretourslang van en naar de tankwagen uitgesloten is. Het vullen van een vaste opslagtank mag niet plaatsvinden indien de dampretourleiding lek is.