Bijlage I Rdbm: behorende bij artikel 2 van de Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer
Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer (Rdbm)
De buitenwand en het uitwendige dak van bovengrondse tanks dienen te worden geschilderd in een kleur met een totale stralingshittereflectie van 70% of meer. Deze werken kunnen zo worden gepland dat zij een onderdeel vormen van de gewone onderhoudsbeurten van de tanks binnen een termijn van drie jaar na het van toepassing worden van dit voorschrift. Dit voorschrift is niet van toepassing op tanks die zijn verbonden met een dampterugwinningseenheid die voldoet aan de voorschriften van bijlage II. Tanks met een uitwendig drijvend dak dienen te worden voorzien van een primaire afdichting om de ringvormige ruimte tussen de tankwand en de buitenste rand van het drijvende dak af te dichten en van een secundaire afdichting die boven de primaire afdichting is aangebracht. De afdichtingen dienen zodanig te zijn ontworpen dat in vergelijking met een vergelijkbare tank met vast dak zonder dampbeheersingsvoorzieningen (dat wil zeggen een tank met vast dak en alleen een vacuüm/overdrukklep) in totaal 95% of meer van de damp wordt vastgehouden. De afdichtingen dienen zodanig te worden onderhouden dat het rendement van de afdichtingen in de praktijk een zo gering mogelijke afwijking vertoont ten opzichte van het hierbedoelde ontwerp-rendement. Alle nieuwe opslaginstallaties op terminals waarvoor dampterugwinning overeenkomstig de voorschriften van bijlage II is voorgeschreven, moeten: Bestaande tanks met vast dak moeten: De onder 3 en 4 genoemde voorschriften voor dampbeheersingsvoorzieningen zijn niet van toepassing op tanks met vast dak van terminals waar voorlopige dampopslag overeenkomstig bijlage II is toegestaan.
- a. tanks met een vast dak zijn die overeenkomstig de voorschriften van bijlage II met de dampterugwinningseenheid zijn verbonden, of
- b. ontworpen zijn met hetzij een uitwendig, hetzij een inwendig drijvend dak, dat is voorzien van primaire en secondaire afdichtingen om te voldoen aan de prestatievoorschriften genoemd onder 2.
- a. verbonden zijn met een dampterugwinningseenheid overeenkomstig de voorschriften van bijlage II, of
- b. een inwendig drijvend dak hebben met een primaire afdichting die zodanig dient te zijn ontworpen dat in vergelijking met een vergelijkbare tank met vast dak zonder dampbeheersingsvoorzieningen in totaal 90 % of meer van de damp wordt vastgehouden Het inwendig drijvend dak en de primaire afdichting dienen zodanig te worden onderhouden dat het rendement daarvan in de praktijk een zo gering mogelijke afwijking vertoont ten opzichte van het hierbedoelde ontwerp-rendement.