Art. 19 Anw, De hoogte van de nabestaandenuitkering
Algemene nabestaandenwet (Anw)
1. De nabestaandenuitkering wordt bij wijziging van het inkomen herzien. Deze herziening gaat in op de eerste dag van de maand waarin die wijziging zich voordoet.
2. Indien wijziging van andere omstandigheden dan wijziging van het inkomen leidt tot een lagere uitkering, gaat die herziening in met ingang van de eerste dag van de maand volgende op die waarin die wijziging zich voordoet. Indien dit leidt tot een hogere uitkering, gaat die herziening in op de dag, bedoeld in het eerste lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 21 november 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:2254
- Rb. Amsterdam 30 september 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5804
- Rb. 's-Hertogenbosch 16 mei 2003, ECLI:NL:RBSHE:2003:AF9459
- Rb. Noord-Nederland 11 maart 2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:1632
- Rb. Dordrecht 2 december 2005, ECLI:NL:RBDOR:2005:AV3432
- Rb. Den Haag 23 december 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:15333
- Rb. Assen 30 maart 2010, ECLI:NL:RBASS:2010:BL9880
- Rb. Amsterdam 27 november 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8543
- Rb. Amsterdam 20 november 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:8190
- Rb. Amsterdam 12 november 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:7928
- CRvB 3 april 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AW1621