Bijlage B Bte 1995: behorende bij artikel 45b
Besluit toezicht effectenverkeer 1995 (Bte 1995)
Voor de overtredingen, genoemd in de tabel, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk XII B van de wet, zijn de bedragen als volgt vastgesteld: Tariefnummer: Bedrag (vast tarief): 1. € 453 2. € 907 2a. € 1 815 3. € 5 445 4. € 21 781 5. € 87 125 1. Indien een boete wordt opgelegd, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende categorie-indeling naar eigen vermogen van toepassing, met de daarbij behorende factor: Categorie-indeling normgeadresseerden Categorie I: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van minder dan € 136 100; Factor 1; Categorie II: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 136 100 maar minder dan € 272 300; Factor 2; Categorie III: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 272 300 maar minder dan € 453 800; Factor 3; Categorie IV: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 453 800 maar minder dan € 4 538 000; Factor 4; Categorie V: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 4 538 000; Factor 5. 2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, bedoeld in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor behorende bij de categorie naar eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid. 3. Indien de gegevens omtrent het vermogen niet aan Onze Minister beschikbaar zijn gesteld, kan Onze Minister aan degene aan wie de boete wordt opgelegd, verzoeken deze gegevens binnen een door hem te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing. 4. Indien een boete wordt opgelegd voor het overtreden van artikel 45a is in afwijking van het eerste lid de volgende categorie-indeling met de daarbij behorende factoren van toepassing: 5. Voor de toepassing van het tweed
- a. voor instellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder a, van de wet: de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 188d, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 onderscheidenlijk de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 93d, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf;
- b. voor instellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder f, van de wet: de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 33d, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen;
- c. voor instellingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder k, van de wet: de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 23c, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwet onderscheidenlijk de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 21c, eerste lid, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling;
- d. voor kredietinstellingen of financiële instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, onderscheidenlijk onderdeel c, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, niet zijnde een instelling als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder h, van de wet: de categorie-indeling van artikel 2 van de bijlage, bedoeld in artikel 90d, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992.