Art. 1a Bte 1995, Algemene bepalingen
Besluit toezicht effectenverkeer 1995 (Bte 1995)
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. aanbieden van effecten aan het publiek: een tot meer dan een persoon gericht voldoende bepaald aanbod tot het aangaan van een overeenkomst tot het kopen of anderszins verkrijgen van effecten;
b. aanbieder: degene die effecten aan het publiek aanbiedt;
c. aanbiedingsprogramma: een programma dat de mogelijkheid opent voor het gedurende een daarin bepaalde periode doorlopend of periodiek aanbieden van effecten zonder aandelenkarakter of van de effecten, bedoeld in onderdeel e, onder 2°, van eenzelfde categorie of klasse;
d. effect:
1°. een verhandelbaar aandeel of een ander daarmee gelijk te stellen verhandelbaar waardebewijs of recht, niet zijnde een geldmarktinstrument met een looptijd van minder dan twaalf maanden;
2°. een verhandelbare obligatie of een ander verhandelbaar schuldinstrument, niet zijnde een geldmarktinstrument met een looptijd van minder dan twaalf maanden; of
3°. elk ander door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven verhandelbaar waardebewijs waarmee een onder 1° of 2° bedoeld effect door uitoefening van de daaraan verbonden rechten of door conversie kan worden verworven of dat in geld kan worden afgewikkeld, niet zijnde een geldmarktinstrument met een looptijd van minder dan twaalf maanden;
e. effect met een aandelenkarakter:
1°. door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven verhandelbaar aandeel of een ander met een aandeel gelijk te stellen verhandelbaar waardebewijs of recht; of
2°. elk ander door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven verhandelbaar waardebewijs waarmee, door uitoefening van de aan dit waardebewijs verbonden recht, door conversie of omruiling een ander effect met een aandelenkarakter als bedoeld onder 1° kan worden verworven, indien het verhandelbare waardebewijs is uitgegeven door de rechtspersoon, vennootschap of instelling, of door een daarmee in een groep verbonden groepsmaatschappij, die ook het te verwerven effect met een aandelenkarakter heeft uitgegeven;
f. effect zonder aandelenkarakter: elk effect dat geen effect met een aandelenkarakter is, te onderscheiden in de volgende categorieën:
1°. door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven verhandelbaar waardebewijs, waarmee door uitoefening van het daaraan verbonden recht, door conversie of omruiling een ander effect kan worden verworven en dat niet is uitgegeven door de rechtspersoon, vennootschap of instelling, of door een daarmee in een groep verbonden groepsmaatschappij, die ook het te verwerven effect heeft uitgegeven;
2°. door een rechtspersoon, vennootschap of instelling uitgegeven verhandelbaar waardebewijs dat door uitoefening van het daaraan verbonden recht, recht geeft op een afwikkeling in geld;
3°. ieder overig effect dat geen effect met een aandelenkarakter is;
g. groep: groep als bedoeld in artikel 24b van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 18 oktober 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BU3246
- Rb. Rotterdam 24 februari 2009, ECLI:NL:RBROT:2009:BH4114
- CBb 30 januari 2007, ECLI:NL:CBB:2007:AZ9465
- Conclusie A-G Timmerman 28 september 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW7006
- Rb. Rotterdam 11 april 2008, ECLI:NL:RBROT:2008:BC9999
- Rb. Rotterdam 9 november 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AZ2053
- Rb. Rotterdam 27 april 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AW9671
- Rb. Rotterdam 11 oktober 2005, ECLI:NL:RBROT:2005:AU4849
- CBb 13 maart 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BC8219