Art. 5:2 Arbeidstijdenwet, Gelijkstelling met arbeidstijd
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen, worden voor het bepalen van het aantal uren dat arbeid wordt verricht meegeteld de uren waarop de werknemer de bedongen arbeid zou hebben verricht, maar deze door de uitoefening van zijn taak in het kader van het medezeggenschapsorgaan, ziekte, vakantie, de vervulling van door wet of overheid opgelegde verplichting, welke niet in zijn vrije tijd kon geschieden, of als gevolg van onvoorziene omstandigheden of zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden, als bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, niet heeft verricht.
2. Elk beding waarbij wordt afgeweken van het eerste lid, is nietig.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:501
- ABRvS 16 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4173
- ABRvS 20 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1146
- CRvB 30 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BP1479
- Rb. 's-Gravenhage 11 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK2886
- Rb. Oost-Brabant 11 december 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:6239
- Rb. Arnhem 10 maart 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BP9065