Bijlage 2 Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming
Bijlage 2 behorende bij de artikelen: van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming A. Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder: B. Voor de toepassing van deze bijlage wordt, voor het op of in de bodem gebruiken van bouwstoffen, onder beschermde gebieden verstaan: C. Voor de toepassing van deze bijlage wordt, voor het in oppervlaktewater gebruiken van bouwstoffen, verstaan onder: D. Samenstellings- en immissiewaarden voor bouwstoffen, niet zijnde schone grond Stof of stofgroep Situatie(1) Immissiewaarden (mg/m2 per 100 jaar tenzij anders vermeld) Samenstellingswaarden voor standaardgrond (mg/kg droge stof)(2) 1. Metalen antimoon (Sb) CAS-nr. 7440-36-0 Regulier 39 geen grond geen mits samenstellingswaarde ≤9 mg/kg (geen correctie(7)(*)) Afwijkend, niet geldend voor kleine oppervlaktewateren met de functie drinkwater bouwstoffen niet-zijnde grond 117 n.v.t. mijnsteen en thermisch gereinigd teerhoudend asfaltgranulaat geen mits samenstellingswaarde ≤3 mg/kg arseen (As) CAS-nr. 7440-38-2 Regulier 435 55 grond geen mits samenstellingswaarde ≤42[2] mg/kg Afwijkend, niet geldend voor oppervlaktewater met de functie drinkwater keramische dakpannen, metselbakstenen, straatbakstenen, mijnsteen en gieterijreststoffen 870 n.v.t. barium (Ba) CAS-nr. 7440-39-3 Regulier 6300 625 (3) grond geen mits samenstellingswaarde ≤413[2] mg/kg Afwijkend, niet geldend voor kleine oppervlaktewateren met de functie drinkwater bouwstoffen niet-zijnde grond 18900 n.v.t. cadmium (Cd) CAS-nr. 7440-43-9 12 12 grond geen mits samenstellingswaarde ≤6,4[2] mg/kg chroom (Cr) CAS-nr. 7440-47-3 1500 380 grond geen mits samenstellingswaarde ≤240[2] mg/kg kobalt (Co) CAS-nr. 7440-48-2 300 240 grond geen mits samenstellingswaarde ≤130[2] mg/kg koper (Cu) CAS-nr. 7440-50-8 Regulier 540 190 grond geen mits samenstellingswaarde ≤113[2] mg/kg Afwijkend, niet geldend voor kleine oppervlaktewateren met de functie drinkwater brekerzeefzand, recycling brekerzand en sorteerzeefzan
- – 1, eerste lid onder j, k, l en x,
- – 2, vierde lid,
- – 7, 9, 9a, 22 en 22a,
- a. asfaltgranulaat: een granulaat dat bestaat uit tenminste 80% gebroken of gefreesd asfalt en als zodanig regulier in funderingen in de wegenbouw wordt gebruikt;
- b. baggerspecie: grond die uit de bodem is vrijgekomen via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte, daaronder begrepen sediment;
- c. betongranulaat: een granulaat voortkomend uit het breken van beton;
- d. brekerzeefzand: een fijnkorrelig, hoofdzakelijk natuurlijk materiaal dat wordt afgezeefd in de eerste zeefgang voordat bouw- en sloopafval in een bewerkingsinstallatie in de breker wordt geleid;
- e. gestabiliseerd asfaltgranulaat: een laag asfaltgranulaat die is gemengd met een bindmiddel;
- f. hydraulisch menggranulaat: mengsel van menggranulaat en hydraulische slak, dat onder andere wordt toegepast in wegfunderingen;
- g. kleischelpen: schelpen met 10 tot 20% natuurlijke klei, die worden gewonnen uit de Noordzee, Westerschelde of Waddenzee en die worden toegepast als toplaag voor onder andere fiets- en wandelpaden;
- h. menggranulaat: een granulaat voortkomend uit het breken van metselwerk en beton, zodanig dat het mengsel voor tenminste 45% (m/m) uit beton bestaat;
- i. metselwerkgranulaat: een granulaat voortkomend uit het breken van metselwerk;
- j. mijnsteen: het restproduct van de steenkoolwinning, hoofdzakelijk bestaande uit kleisteen, leisteen, zandsteen en steenkool;
- k. recycling brekerzand: een fijnkorrelig, gebroken korrelvormig mineraal met een korrelgrootte tot 4 mm dat wordt afgezeefd nadat bouw- en sloopafval in een bewerkingsinstallatie is gebroken en
- l. sorteerzeefzand: fijne fractie uit bouw- en sloopafval die wordt afgezeefd in een sorteerinrichting.
- a. gebieden die krachtens de artikelen 7 of 21 van de Natuurbeschermingswet zijn aangewezen als beschermd natuurmonument onderscheidenlijk zijn aangewezen als staatsnatuurmonument;
- b. gebieden die krachtens richtlijn nr. 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PbEG L 103) zijn aangewezen als speciale beschermingszone;
- c. gebieden die krachtens richtlijn nr. 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206) zijn aangewezen als speciale beschermingszone, en
- d. gebieden die krachtens artikel 1.2, tweede lid, onder a, van de Wet milieubeheer bij provinciale milieuverordening zijn aangewezen en waarvoor regels zijn gesteld ter bescherming van het grondwater met het oog op de waterwinning, daaronder niet begrepen een gebied waarbinnen uitsluitend fysische bodemaantastingen worden tegengegaan (meestal genoemd boringsvrije zone).
- a. kleine oppervlaktewateren: de oppervlaktewateren die niet krachtens artikel 2, vierde lid zijn aangewezen als grote oppervlaktewateren;
- b. oppervlaktewateren met de functie drinkwater: de oppervlaktewateren waarvan op grond van artikel 5 van de Wet op de waterhuishouding in het beheerplan rijkswateren, dan wel op grond van artikel 7 van die wet in het provinciaal plan voor de waterhuishouding de functie «oppervlaktewater voor de bereiding van drinkwater» is toegekend.
- a. de monstervoorbehandeling en de ontsluiting van het monster overeenkomstig het Accreditatie-programma Bouwstoffenbesluit (AP 04);
- b. de analyse van het destruaat van het monster overeenkomstig de normvoorschriften, zoals in onderstaande tabel aangegeven: