Art. 22a Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, Het gebruiken van andere bouwstoffen dan schone grond in oppervlaktewater

Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming

Tenzij het gaat om bouwstoffen waarvan op grond van kennis of organoleptische waarneming niet kan of redelijkerwijs niet zou kunnen worden aangenomen dat die bouwstoffen voldoen aan de samenstellings- en immissiewaarden, zoals aangegeven in bijlage 2, is artikel 22 niet van toepassing op:

a. het in oppervlaktewater gebruiken van gezaagde natuursteenproducten of metselmortel;

b. het zonder bewerking opnieuw in oppervlaktewater gebruiken van vormgegeven bouwstoffen van beton, keramiek, natuursteen, alsmede bakstenen;

c. het opnieuw warm in situ in oppervlaktewater gebruiken van asfalt in wegverhardingen, indien overeenkomstig de CROW-rapport 04-08, «Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt» wordt aangetoond dat het materiaal niet teerhoudend is;

d. het binnen een project in oppervlaktewater zonder bewerking en onder dezelfde condities opnieuw gebruiken van categorie 1-bouwstoffen, mits wordt aangetoond dat de bouwstof voldoet aan de samenstellings- en immissiewaarden, zoals aangegeven in bijlage 2 op grond van:

1°. algemene informatie of

2°. gegevens omtrent samenstelling en immissie die bij of krachtens het eerste tot en met zesde lid van artikel 22 of vooruitlopend daarop onder de vigeur van het IPO- interimbeleid «Werken met secundaire grondstoffen» zijn bepaald in het kader van het eerdere gebruiken in een werk.