Bijlage I Regeling medische uitrusting aan boord van zeeschepen: als bedoeld in artikel 1, eerste lid
Regeling medische uitrusting aan boord van zeeschepen
Kolom A: Is van toepassing op zeeschepen alsmede voor vissersvaartuigen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een onbeperkt vaargebied. Kolom A-Z: Is van toepassing op zeilschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor het onbeperkte vaargebied IV. Kolom A-G: Is van toepassing op zeeschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren en waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een onbeperkt vaargebied. Kolom B: Is van toepassing op zeeschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uit-strekt dan GMDSS zeegebied A2 alsmede voor vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied II. Kolom B-Z: Is van toepassing op zeilschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied III. Kolom B-G: Is van toepassing op zeeschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren en waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied A2. Kolom C: Is van toepassing op zeeschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan zeegebied 30, indien de op het certificaat genoemde werkhaven zich bevindt in een Europees land alsmede voor vissersvaartuigen met een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied Ia en voor vissersvaartuigen met een vaargebied I binnen het GMDSS zeegebied A1. Kolom C-Z: Is van toepassing op zeilschepen waarvoor een certificaat van deugdelijkheid is afgegeven voor een vaargebied dat zich niet verder uitstrekt dan vaargebied I, II en IIIA. Kolom D: Is van toepassing op passagiersschepen die reizen maken van een langere duur dan 48 uur. Kolom D-G: Is van toepassing op passagiersschepen die gevaarlijke stoffen vervoeren en die reizen maken van een langere duur dan 48 uur. Kolom E: Is van toepassing op passagierss
- 1 fles met een inhoud van tenminste 2 liter, gevuld met medicinale zuurstof onder een druk van 200 bar, met een schroefdraadaansluiting G 5/8” (conform NEN 3268)
- 1 reduceerventiel met inhouds- en manometer
- 1 verdeelblok met externe zuurstof aansluiting
- 1 beademingsballon met demand-ventiel en beademingsmasker
- indien meerdere beademingsballonnen zijn voorgeschreven (II.1.01) moeten deze bij de zuurstofkoffer worden opgeborgen
- 2 inhalatiemaskers met bijbehorende flexibele aansluitslangen
- 1 onafhankelijk van bovenstaande uitrusting werkend afzuigapparaat
- 1 algemene gebruiksaanwijzing in zowel de Nederlandse als de Engelse taal
- 1 gedetailleerde gebruiksaanwijzing van de beademingsballon en het afzuigapparaat
- 1 onderhoudsset
- 1. Aan boord van schepen die gevaarlijke stoffen vervoeren wordt de medische uitrusting aangevuld met de volgende hoeveelheid zuurstof:
- a. 1 fles met een inhoud van tenminste 2 liter, gevuld met medicinale zuurstof onder een druk van 200 bar als reserve voor de draagbare apparatuur.
- b. 1 fles met een inhoud van tenminste 40 liter, gevuld met medicinale zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, en zodanig aangesloten dat in het hospitaal (of in het bedoelde verblijf) de beademingsapparatuur zuurstof uit de fles kan betrekken.
- 2. In verband met het brandgevaar dat zuurstof onder druk kan opleveren, geschiedt de berging van de reservezuurstof op een wijze die passend is, bij voorkeur in de buitenlucht of in een afgesloten ruimte.
- 3. De opstelling stemt zoveel mogelijk overeen met de richtlijnen in BadS 35/1965 (Acetyleen las- en snij-installaties).
- 4. De sleutel van de afsluiter van de 40 liter-fles is opgeborgen bij de fles, met dien verstande dat deze sleutel tijdens het gebruik op de afsluiter is aangebracht.
- 5. Bij ingebruikstelling wordt ervoor gezorgd dat de leidingen volkomen schoon en vetvrij zijn.
- 6. De fles en het leidingsysteem moeten worden aangebracht, getest en gecontroleerd door een gekwalificeerd persoon. Een gekwalificeerd persoon is in dit geval iemand die:
- alle noodzakelijke kwaliteiten bezit voor het installeren van leidingen en uitrusting aan boord van schepen;
- speciale kennis heeft van de problemen en veiligheidsvoorschriften van het installeren, controleren en gebruik van deze installaties;
- de installatie aanlegt volgens daarbij behorende beschrijvingen en tekeningen.
- 7. Degene die de installatie heeft aangelegd, geeft een verklaring af dat de installatie zoveel mogelijk is aangelegd, getest en gecontroleerd volgens BadS 35/1965 of gelijkwaardige voorschriften.