Bijlage 4 Geruisloze overdracht (artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969), algemene machtiging voor afdoening verzoeken door de inspecteurs: afwijzing verzoek
Belastingdienst/<eenheid> Beschikking Datum: De Inspecteur van de Belastingdienst/ <aanduiding eenheid + plaats>, krachtens het besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 1 juli 1993, nr. DB 93/2167 M, gemachtigd te beschikken op het verzoek van <naam indiener verzoek>, van <datum>, kenmerk <nummer>, om vrijstelling van de heffing van vennootschapsbelasting ter zake van de in het verzoek omschreven overdracht van (het zelfstandige onderdeel van) de onderneming van <naam + vestigingsplaats overdrager> (de overdragende belastingplichtige) aan <naam + vestigingsplaats overnemer> (de overnemende belastingplichtige) tegen uitreiking van aandelen; gelet op artikel 14, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969; overwegende dat besluit het verzoek af te wijzen. Belastingdienst/<aanduiding eenheid + plaats> De Inspecteur, .........
- – het verzoek niet is ingediend vóór de overdracht van de onderneming;
- – geen sprake is van een door de overdrager uitgeoefende onderneming in materiële zin;
- – de overgedragen vermogensbestanddelen voor de overnemer geen zelfstandige onderneming kunnen vormen;
- –
- • de overdracht van de onderneming wordt gevolgd door vervreemding aan een derde van een wezenlijk deel van de overgedragen onderneming, en
- • aannemelijk is dat het voornemen daartoe al vóór de overdracht bestond, en
- • dit niet geschiedt in het kader van een bij de aard en omvang van de onderneming van de overnemer passende bedrijfsuitoefening;
- – geen sprake is van overdracht geheel tegen uitreiking van aandelen;
- – de overdracht tegen preferente aandelen plaatsvindt, die
- • niet cumulatief preferent zijn;
- • niet à pari zijn geplaatst;
- • een te laag dividendpercentage hebben.
- – er geen vrij te stellen winst aanwezig is;
- – de voorovereenkomst of intentieverklaring niet binnen 9 maanden na de aanvang van het gewenste overgangstijdstip is gesloten en geregistreerd;
- – de oprichting van en de overdracht aan de overnemer niet hebben plaatsgevonden binnen 15 maanden na het gewenste overgangstijdstip;
- – het eerste boekjaar van de overnemer feitelijk de resultaten van meer dan 24 maanden omvat;
- – met het verlenen van terugwerkende kracht een incidenteel fiscaal voordeel wordt behaald;
- – het verlenen van vrijstelling in strijd zou zijn met doel en strekking van artikel 14 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. In casu doet zich de situatie voor als vermeld in punt 3.5 van het besluit van 1 juli 1993, nr. DB 93/2165 M, te weten:
- • met de overdracht is slechts een aandeelhoudersbelang gediend,
- • met of bij de overdracht spelen slechts fiscale motieven een rol,
- • bij de overdracht is niet zakelijk gehandeld,