Bijlage 3 Vaststelling energieprogramma’s (derde tranche)
Vaststelling energieprogramma’s (derde tranche)
Het doel van het programma Gebouwde Omgeving/Utiliteitsgebouwen 1995 is het bijdragen aan de realisatie van de energiebesparingsdoelstelling utiliteitsbouw, zoals die in 1993 is geformuleerd in de Vervolgnota Energiebesparing. Hierin wordt voor deze sector tussen 1989 en 2000 een efficiency-verbetering van 23% ten doel gesteld. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen: In dit onderdeel komen vooral projecten in aanmerking voor subsidies die gericht zijn op: Met bedrijven, instellingen of branches uit de utiliteitsbouw, met name de zakelijke dienstverlening, de detailhandel en horeca, het onderwijs en de zorgsector, worden door de overheid meerjarenafspraken gemaakt waarin wordt vastgelegd op welke wijze er gewerkt zal gaan worden aan de realisatie van besparingsdoelstellingen. Naast de meerjarenafspraken wordt er met grote branches samengewerkt om op gestructureerde wijze kennisoverdracht plaats te laten vinden naar de individuele instellingen en bedrijven die binnen de branche vallen. In 1995 komen die projecten voor subsidie in aanmerking die plaatsvinden in het kader van meerjarenafspraken of branche-aanpakken. Het kan daarbij gaan om haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten, demonstratie- en marktintroductieprojecten en kennisoverdrachtprojecten die er op zijn gericht nieuwe technieken, methodieken of systemen die een substantiële bijdrage kunnen leveren aan het realiseren van de besparingsdoelstelling grootschalig op de markt toegepast te krijgen. Naast de projecten die plaatsvinden in het kader van meerjarenafspraken of branche-aanpakken, worden kennisoverdrachtprojecten in de bestaande bouw ondersteund die voortkomen uit demonstratie- en ontwikkelingsprojecten die in voorgaande jaren zijn uitgevoerd en ondersteund door Novem. Om de programma-doelstelling mede te bereiken, wordt gestreefd naar het afsluiten van overeenkomsten met relevante branche-organisaties uit de installatiebranche met als doel te komen tot e
- onderzoeksprojecten en kennisoverdrachtsprojecten die gericht zijn op de ontwikkeling en toetsing van hulpmiddelen die gebruikt kunnen worden om tot een energie-efficiënt gebouwontwerp te komen;
- haalbaarheids- en demonstratieprojecten die zich richten op het verminderen van belemmerende marktfactoren om te bouwen op een energetisch niveau dat 10 tot 15% lager is dan de EPN-norm. Het betreft kantoorgebouwen tussen de 3000 en 10.000 m2 gebruiksoppervlak De gebouwfunktie kantoor is minimaal 50%;
- produktontwikkeling c.q. -optimalisatie van energiebesparende maatregelen, relevant voor kantoorgebouwen, die nodig blijken om te voldoen aan de EPN+ doelstelling van 10 tot 15% lager dan de EPN-norm;
- kennisoverdrachtactiviteiten m.b.t. energieprestatienormering. Deze activiteiten dienen een voortzetting te zijn van het reeds eerder door Novem opgezette kennisoverdrachttraject inzake energieprestatienormering. Voor deze projecten komen in dit verband brancheorganisaties uit de bouwwereld in aanmerking voor subsidie.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project past in een aanwezig innovatie-traject van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijs(verlaging) van een voor het programma relevante techniek;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt;
- j. de looptijd van het project.
- Ad a Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. Demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen worden ondersteund als de technische en financieel/economische haalbaarheid voldoende zijn aangetoond.
- Ad b Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt, naast de energie-efficiencyverbetering, rekening gehouden met de te bereiken CO2-missie-reductie.
- Ad d Onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten worden mede beoordeeld op basis van de stand van zaken van voorafgaand onderzoek.
- Ad e De projectkosten worden getoetst aan de energie- en milieuverdiensten in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energie (gulden/GJ) en/of per hoeveelheid vermeden CO2-emissie (gulden/ton CO2).
- Ad f Onder het nieuwheidscriterium wordt verstaan: Het betreft hier voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen.
- toepassing van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- Ad g De ondersteuning van een project wordt mede beoordeeld op basis van inzicht in de markttoepassing, het herhalingspotentieel van het project of produkt, alsook het maatschappelijk draagvlak van het project of produkt bij relevante marktpartijen.
- Ad h Bij de beoordeling van het project dient voldoende inzicht te worden verschaft met betrekking tot de kostprijs(verlaging) van de techniek of het produkt om de markttoepassing ten opzicht van andere technieken/produkten te beoordelen.
- Ad i De ondersteuning van een project wordt mede beoordeeld op basis van de in de aanvraag opgenomen relevante kennisoverdrachtactiviteiten. Afhankelijk van het soort project dient de aanvrager bij te dragen aan de opgenomen kennisoverdrachtactiviteiten, bijvoorbeeld door het schrijven van een artikel voor een vakblad.
- Ad j De looptijd van het project dient voldoende kort te zijn opdat implementatie van de projectresultaten in voldoende mate kan bijdragen aan de doelstellingen van het programma in het jaar 2000.