Bijlage 1 Vaststelling energieprogramma’s (derde tranche)
Vaststelling energieprogramma’s (derde tranche)
Het doel van het programma Warmtevoorziening is het bewerkstelligen van een zo volledig mogelijke benutting van laagwaardige warmte die vrijkomt bij de opwekking van elektriciteit (W/K) en andere thermische processen, ten behoeve van ruim-teconditionering (verwarming, koeling) en warm tapwater, via collectieve voorzieningen. Daartoe wordt een marktintroduktieproject ondersteund dat de mogelijkheden van energiebesparing door restwarmtebenutting verbreedt en aantoont. Dit project dient betrekking te hebben op benutting industriële restwarmte t.b.v. een collectief warmte- en/of koudedistributiesysteem. Het project richt zich op het benutten van industriële restwarmte t.b.v. een collectief warmte- en/of koudedistributiesysteem hetgeen toegepast wordt voor ruimteverwarming en/of ruimtekoeling. Onder industriële restwarmte wordt die warmte bedoeld, die na industriële procesoptimalisatie aanwezig is en geschikt is als warmtebron voor voeding van collectieve distributiesystemen. In 1995 komt voor subsidie in aanmerking een marktintroduktieproject dat aan de hierboven gestelde criteria voldoet. Een project op basis van een collectief warmtesysteem (< 85°C) heeft hierbij de voorkeur. De mate waarin het project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: Aan de doelstelling van het programma kunnen bijdragen industriële bedrijven, energiedistributiebedrijven of een combinatie hiervan. Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeggingen op in 1995 ontvangen aanvragen met betrekking tot het programma Warmtevoorziening bedraagt f 350.000,–. Aanvragen met betrekking tot het programma Warmtevoorziening moeten zijn ontvangen in de periode van 1 juli 1995 tot en met 30 november 1995. Nadere informatie is verkrijgbaar bij: Novem postbus 17 6130 AA Sittard tel. 046 - 595302
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en d e aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project reproduceerbaar is en de mate waarin verwacht mag worden dat resultaten van het project – indien positief – tot verdere verbreiding van de techniek zullen leiden.
- Ad a De haalbaarheid van het project moet afdoende zijn aangetoond. Voor beoordeling van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager.
- Ad b Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met:
- – de mate waarin CO2-emissie wordt vermeden (ton/jaar);
- – de mate waarin emissies van andere milieuschadelijke stoffen wordt gereduceerd;
- Ad d Een schatting dient te worden gemaakt van de uiteindelijk bereikbare penetratie van een maatregel, met de daarbij behorende energiebesparing. Voorts worden in aanmerking genomen eventuele andere belemmerende factoren die aanwezig zijn, zelfs als het project als zodanig tot een positief resultaat leidt.