Bijlage I Subsidiëring communautair initiatief Adapt
Subsidiëring communautair initiatief Adapt
De algemene criteria die gelden voor Adapt: Het gaat hierbij om projecten gericht op: Het gaat hierbij om het aanmoedigen van samenwerking en opleiding op nieuwe terreinen van economische activiteit met het oog op het scheppen van nieuwe kansen op werk; Een voorkeur gaat uit naar projecten die: Deze maatregel betreft steun voor lokale werkgelegenheidsinitiatieven. Hieronder worden ondermeer verstaan partnerschappen tussen overheden, instellingen en particulieren (bv. MKB, grote ondernemingen, kenniscentra), ten einde strategieën voor economische ontwikkeling te combineren met opleidingsactiviteiten ten behoeve van getroffen werknemers. Een voorkeur wordt gegeven aan projecten die: Centraal staan het bevorderen van samenwerking en uitwisseling tussen ondernemingen en onderzoek op het gebied van technologie-overdracht aan plaatselijke arbeidsmarkten en economische sectoren en van opleidingen aan ondernemingen en instanties voor beroepsopleiding. De voorkeur gaat uit naar projecten die: De voorkeur gaat uit naar projecten die: Het gaat om studies die betrekking hebben op gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven en de gevolgen voor werkgelegenheid en kwalificaties van het personeel. Een voorkeur gaat uit naar projecten die: Het gaat om projecten gericht op: Het gaat hierbij om projecten gericht op:
- Transnationaliteit Er moet sprake zijn van samenwerking tussen subsidie-ontvanger en instanties in tenminste twee andere lidstaten van de Europese Unie die vergelijkbare activiteiten ontplooien. Deze transnationale partners moeten ook onder het Adapt-initiatief of onder een ander communautair programma met een transnationale component worden gefinancierd. Projecten waarbij tenminste één partner uit een doelstelling-één gebied afkomstig is (zie bijlage 1a), genieten de voorkeur. De voorgenomen transnationale samenwerking dient te worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst (transnationaliteitsdocument) tussen de betrokken partijen, waarin ondermeer de concrete doelen en de verdeling van taken en middelen zijn opgenomen. Dit document wordt verstrekt bij het aanvraagformulier. Het eerste voorschot op het subsidiebedrag zal pas worden verstrekt indien het transnationaliteitsdocument volledig ingevuld en door alle partners ondertekend is teruggezonden.
- Innovatie en multipliereffect Het project moet een vernieuwend karakter hebben, cq. er moet sprake zijn van een voorbeeldwerking. Dit vernieuwende karakter dient tot uiting te komen op het niveau van nationaal beleid en/of op projectniveau.
- Complementariteit Er moet bij voorkeur sprake zijn van een samenhang met andere communautaire programma’s, zoals ESF-doelstelling 4, het communautair initiatief Werkgelegenheid en Leonardo.
- Evenredige deelname Projecten dienen een evenredige deelname van vrouwen te beogen.
- Additionaliteit Projecten dienen additioneel te zijn. Subsidie kan niet gebruikt worden voor financiering van bestaande scholingsinspanning zonder dat deze naar vorm en omvang wordt gewijzigd.
- het opzetten en uitvoeren van interne en externe programma’s voor continue opleiding in het MKB Een voorkeur gaat uit naar projecten die:
- als hoofddoelstelling hebben het bevorderen van een continue gestructureerde aanpak van scholing zowel intern als extern in het MKB, met name in bedrijven die niet zelfstandig een scholingsprogramma kunnen opzetten, en
- de scholing van werknemers die daaruit voortvloeit, met name gericht op het vergroten van het rendement uit nieuwe technologieën.
- het opleiden van ondernemers en managers. Een voorkeur gaat uit naar projecten die:
- resulteren in een kwaliteitsverbetering bij het management van het MKB via bijscholing;
- zich richten op ondernemers in sectoren, waar sprake is van een kennistekort, met name op het gebied van organisatie en technologie.
- het ontwikkelen van plannen voor de opleiding van ’trainers’ in de aanpassing van werknemers aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven en de veranderde produktiesystemen. Een voorkeur wordt gegeven aan projecten die:
- zich richten op de ’opleiders’ (bv. de directie of het middenkader) in een MKB-onderneming die te maken heeft met gewijzigde produktie-omstandigheden;
- gericht zijn op het begeleiden van kansrijke starters met het oog op het duurzaam creëren van een eigen bedrijf;
- zogeheten doorstarters ondersteunen en begeleiden met hun problemen in een latere fase in hun bedrijfsvoering;
- zich richten op werknemers die met (tijdelijke) werkloosheid worden bedreigd of recentelijk werkloos geworden zijn.
- reguliere banen creëren voor met werkloosheid bedreigde werknemers.
- het innovatieve vermogen van het MKB versterken middels intensivering en verbetering van de samenwerking tussen onderzoeksinstellingen, kenniscentra en het MKB;
- samenwerking en netwerkvorming tussen ondernemingen bevorderen met als doel te komen tot gezamenlijke inspanningen op het gebied van scholing, onderzoek, marketing, enzovoorts;
- zich richten op MKB-ondernemingen die geconfronteerd worden met gewijzigde economische omstandigheden en op eigen kracht niet of nauwelijks aan de nieuwe eisen kunnen voldoen.
- de overdracht van kennis verkregen uit studies bevorderen en de omzetting in concrete projecten mogelijk maken.
- zich richten op bedrijven en organisaties die tot nu toe niet door de desbetreffende informatie werden bereikt, zoals de kleine bedrijven in het MKB;
- de bevordering van de verspreiding van ’good-practice’ projecten: het inventariseren, inzichtelijk maken en beschikbaar stellen van goede praktijkvoorbeelden, bijvoorbeeld op sectoraal niveau, ten dienste van onder de maatregelen 2 en 3 uit te voeren projecten. Een voorkeur gaat uit naar projecten die:
- • als doel hebben het realiseren van een overzicht met goede voorbeelden projecten op het terrein van opleidingen met een interregionale of transnationale opzet en het bereik van het MKB;
- – bewustmakingsacties, promotie en publiciteit. Een oorkeur gaat uit naar projecten die:
- het gebruikmaken van de mogelijkheden van het ADAPT-programma bevorderen middels het organiseren van een bewustmakingscampagne, gevolgd door een publiciteits- en promotiecampagne;
- zich richten op branche- en sector-organisaties, werkgevers- en werknemersorganisaties, intermediaire organisaties, opleidingsinstituten en lagere overheden. In tweede aanleg projecten die zich richten op (groepen van) bedrijven en de werknemers binnen de bedrijven.
- het identificeren van veranderingen in de bedrijfsomvang en het opstellen van bedrijfsplannen met aandacht voor opleiding;
- het ontwikkelen en uitvoeren van opleidingsplannen door middel van het tot stand brengen van samenwerking;
- het ontwikkelen en beschikbaar stellen van beroepskeuzevoorlichtings- en adviessystemen;
- het anticiperen op trends op de arbeidsmarkt, kwalificatievereisten en overige ontwikkelingen die van invloed zijn op het functioneren van ondernemingen;