Art. 47 IJkregeling taxameters, Technische voorschriften betreffende de gevoeligheid voor storingen en omgevingsinvloeden ten aanzien van elektronische taxameters

IJkregeling taxameters

1. De blootstelling aan omgevingscondities bestaat voorts uit:

a. plaatsing van de taxameter in een ruimte met een temperatuur van 25 °AAC (- 3 °C) en een relatieve luchtvochtigheid van ten minste 95% en

b. twee cycli van 24 uur, waarin achtereenvolgens: 1°. in 3 uur (- 30 minuten) de temperatuur wordt opgevoerd naar 55°C, waarbij de relatieve luchtvochtigheid gehandhaafd blijft op ten minste 95%, uitgezonderd de laatste 15 minuten, waarin de luchtvochtigheid ten minste 90% bedraagt; 2°. de temperatuur van 55 °C wordt gehandhaafd tot 12 uur (- 30 minuten), na het begin van de cyclus, bij een relatieve luchtvochtigheid van 93%; 3°. in 3 uur (- 30 minuten) de temperatuur wordt verlaagd tot 25 °C, waarbij de relatieve luchtvochtigheid ten minste 95% bedraagt, uitgezonderd de laatste 15 minuten, waarin de luchtvochtigheid ten minste 90% bedraagt; 4°. de temperatuur van 25 °C (- 3 °C) wordt gehandhaafd bij een relatieve luchtvochtigheid van ten minste 95% totdat de cyclus van 24 uur is voltooid.

2. De luchtvochtigheid wordt zodanig geregeld, dat condensvorming mogelijk is.