Bijlage 7 Vaststelling enige energieprogramma’s (tweede tranche) 1995
Vaststelling enige energieprogramma’s (tweede tranche) 1995
Het doel van het IKB-programma is het proefondervindelijk vergroten van inzicht in de succes- en faalfactoren van integraal ketenbeheer toegepast door bedrijven en het vervolgens praktisch hanteerbaar en toepasbaar maken van ketenbeheer voor bedrijven. Energie-efficiencyverbetering en vermindering van de milieubelasting staan centraal in dit programma. Onder integraal ketenbeheer wordt in dit verband verstaan het beheren van stofkringlopen in (economische) produktketens. Dit betekent het beheren van stofkringlopen vanaf de grondstof via het produktieproces, produkt en gebruik, tot aan de ontmanteling/afbraak, hergebruik en afvalverwerking. Ook het (her)ontwerpen van produkten en produktie-ketens behoort tot integraal ketenbeheer. Het integrale aspect van ketenbeheer komt naar voren bij het afstemmen van de diverse autonome schakels in de keten, waardoor het totaal ’resultaat’ van de keten wordt verbeterd. Aanleidingen voor het initiëren van ketenbeheerprojecten kunnen bij voorbeeld zijn: In dit programma worden in beginsel projecten ondersteund die aantoonbaar zijn gericht op de hieronder genoemde onderwerpen en bovendien een optimale bijdrage leveren aan bovengenoemde doelstelling van het programma in relatie tot de benodigde subsidie. De voornaamste soorten projecten die in 1995 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheidsprojecten, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten door en voor bedrijven en die gericht zijn op het toepassen van integraal ketenbeheer. Het gaat hierbij om innovatieve projecten door bedrijven gericht op vergroting van de energie-efficiency en vermindering van milieubelasting als uitwerking van integraal ketenbeheer. De nadruk ligt op de implementatie van methoden, systemen en technieken voor het optimaal beheren van grondstof-produkt-afvalketens of delen daarvan. De projecten dienen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma, wordt tevens bepaald door de vol
- Innovatie van Produkt/Markt/Technologie-combinatie’ (PMT-combinatie). Samenwerking van meerdere bedrijven in ketenverband leidt tot nieuwe opties voor PMT-combinaties met een verbeterde energie- en milieukarakteristiek. Een nieuwe PMT-combinatie betekent dat een bedrijf één of meer van de elementen produkt, markt, technologie of de combinatie daarvan vernieuwt, bij voorbeeld de keuze van een nieuw produkt voor dezelfde markt met gebruikmaking van een andere technologie.
- Verbetering energie-efficiency. Activiteiten op het gebied van ketenbeheer kunnen leiden tot een verbetering van de energie-efficiency van de totale keten.
- Vermindering van milieubelasting door reductie van afvalstoffen en emissies. Activiteiten op het gebied van ketenbeheer dienen tot een vermindering van de milieubelasting van de totale keten te leiden, waarbij verschuiving van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere vermeden dienen te worden.
- Optimalisatie cq. verbetering van het bedrijfseconomische rendement van ketens van bedrijven. Ketenbeheer kan tot een verbetering van het bedrijfseconomische rendement van de totale keten leiden.
- meerdere schakels/onderdelen van totale ketens te omvatten (ten minste 3 schakels) en aandacht te besteden aan effecten in de totale keten;
- zowel energie- en milieuaspecten, als ook bedrijfseconomie, innovatie en management-methodiek integraal te benaderen;
- een goede voorbeeldwerking te hebben waardoor andere ketens kunnen worden gestimuleerd. Projecten moeten inzicht verschaffen in bedrijfsoverstijgende aspecten;
- qua methodiek en doelgroep een meerwaarde te vertegenwoordigen ten opzichte van lopende en afgeronde ketenbeheer-projecten.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- c. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma;
- d. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.