Bijlage 2 Vaststelling enige energieprogramma’s (tweede tranche) 1995

Vaststelling enige energieprogramma’s (tweede tranche) 1995

Het doel van het programma is het bevorderen van energiebesparing in de Nederlandse industrie, opdat in het jaar 2000 19% efficiencyverbetering van het energieverbruik, exclusief grondstoffen, wordt bereikt ten opzichte van 1989, conform de doelstelling van de Vervolgnota Energiebesparing. Om de doelstelling te bereiken, is voor de industrie een aantal instrumenten opgezet, met name meerjarenafspraken (MJA’s), het Besluit tenders industriële energiebesparing (BTIEB), de Subsidieregeling energiebesparings- en milieu-adviezen (E&M) en het onderhavige programma, dat in het kader van het Besluit subsidies energieprogramma’s is gericht op de chemische industrie, de aardolie-industrie en de olieen gaswinning. Met de chemische industrie is op 24 november 1993 een meerjarenafspraak afgesloten. Met de aardolie-industrie en de olie- en gaswinningsbedrijven zijn meerjarenafspraken in voorbereiding. Het programma richt zich op ondersteuning van de meerjarenafspraken en het bereiken van een zo groot mogelijke energie-efficiencyverbetering in de betreffende bedrijfstakken. Het programma is ingedeeld in twee onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: Ad a. Projecten zullen veelal voor wat betreft de slaagkans een zeker risico met zich dragen. Indien de slaagkans van het project op zichzelf te gering wordt geacht, zal het verlenen van een subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. Demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen slechts dan voor subsidie in aanmerking komen indien de technische en financieel-economische haal-baarheid voldoende is aangetoond. Ad d. Ond