Art. 11 Besluit bijstandverlening zelfstandigen, Bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan

Besluit bijstandverlening zelfstandigen

In afwijking van artikel 10 wordt, voor zover het eigen vermogen de vermogensgrens, genoemd in artikel 3 of 13, tweede lid, overschrijdt, de renteloze geldlening gehandhaafd na afloop van het tijdvak waarin bijstand is verleend. Met ingang van het jaar volgend op het laatste jaar van de bijstandverlening wordt hierop een jaarlijkse aflossing van tenminste 10 procent voldaan. Voor zover de zelfstandige, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een deel van de verschuldigde aflossing niet kan voldoen, wordt uitstel van betaling verleend.

Uitspraken die dit artikel aanhalen