Bijlage 9 Vaststelling van enige energieprogramma's
Vaststelling van enige energieprogramma's
Het doel van het EWAB-programma is het bevorderen van de toepassing van afval en biomassa als duurzame energiebron en wel op zodanige wijze, dat daarmee maximaal wordt bijgedragen aan de besparing op het gebruik van fossiele brandstoffen. Daarbij gelden de wettelijke milieuvoorschriften en het gepubliceerde milieu- en afvalstoffenbeleid als randvoorwaarden. Het programma richt zich vooral op projecten op het gebied van technologie-ontwikkeling, haalbaarheid, demonstratie en marktintroductie. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen: Dit onderdeel richt zich op de thermische vergassing van afval en biomassa. Daaronder zijn tevens verwante technieken als pyrolyse en liquefactie begrepen. De voornaamste soorten projecten die in 1995 voor subsidie in aanmerking komen zijn: Dit onderdeel richt zich op de omzetting van afval en biomassa in energie door middel van zowel thermische als biologische conversietechnieken (met uitzondering van vergassing, pyrolyse en liquefactie). De nadruk ligt hierbij op de thermische conversieprocessen. De conversie kan zowel betrekking hebben op afvalstoffen als op biomassa: huishoudelijk afval (of fracties daaruit), hout (vers hout, oud hout, resthout), bedrijfsafval, zuiveringsslib, agrarische residuen, mest, stro, bermgras, energiegewassen. De voornaamste soorten projecten die in 1995 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, ontwikkelings-, demonstratie- en markintroduktieprojecten gericht op: Dit onderdeel richt zich op het beschikbaar maken van verschillende vormen van biomassa voor de produktie van elektriciteit en/of warmte, zoals de teelt, de oogst, opslag en logistiek en de brandstofvoorbereiding van biomassa, gericht op de toepassing daarvan in Nederland. De voornaamste soorten projecten die in 1995 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, ontwikkelings-, demonstratie- en marktintroduktieprojecten gericht op: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van
- projecten die gericht zijn op onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot vergassing, zowel m.b.t. wervelbedvergassing als vastbedvergassing;
- projecten die gericht zijn op de haalbaarheid en ontwikkeling van pyrolyse- en/of liquefactie-processen;
- projecten die gericht zijn op de haalbaarheid van (semi-) commerciële vergassingsprojecten;
- praktijkexperimenten voor het verkrijgen van inzicht in de vergassingseigenschappen van diverse biomassavormen.
- schone en efficiënte verbranding voor de toepassing van warmte of warmte/kracht;
- verhoging van het energetisch rendement van afvalverbrandingsinstallaties;
- het meeverbranden met fossiele brandstoffen (co-combustion) in elektriciteitscentrales of bij andere toepassingen;
- verhoging van de biogasopbrengst bij vergisting van afval en stortgaswinning.
- de teelt van energiegewassen, uitsluitend voor zover dit een geïntegreerd onderdeel uitmaakt van een project dat gericht is op het beschikbaar maken van biomassa voor de elektriciteits- en/of warmtevoorziening. Van een dergelijk project dienen de oogst, opslag en brandstofvoorbereiding in ieder geval deel uit te maken;
- het beschikbaar maken van residuen van agrarische, bosbouwkundige en industriële processen;
- voorbewerking die nodig is om van afval en/of biomassa een (hoogwaardige) brandstof te maken (inclusief oogst- en opslagtechnieken);
- de logistiek van biomassabrandstoffen;
- de bewerking van en/of handel in biomassabrandstoffen.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- de mate waarin CO2-emissie wordt vermeden (ton/jaar);
- de mate waarin het project bijdraagt aan een verbetering van de huidige situatie op het gebied van emissies en reststoffenverwerking;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingseffekten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- (vergaande) procesintegratie.