Art. 1 Bijdrageregeling landbouwbedrijven overstromingschade 1995
Bijdrageregeling landbouwbedrijven overstromingschade 1995
In deze regeling wordt verstaan onder:
Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
het formulier vastgestelde overstromingschade land- en tuinbouw waarvan het model als bijlage 1 bij de regeling is gevoegd;
een geheel of gedeelte van produktie-eenheden, bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en daarbij horende cultuurgrond, uitsluitend of ondermeer dienende tot de uitoefening van de landbouw, waaronder niet het verrichten van loonwerk wordt begrepen;
het op het bedrijf van derden verrichten van werkzaamheden, met gebruikmaking van niet aan die derden toebehorende land- en tuinbouwwerktuigen, -machines of andere hulpmiddelen, welke werkzaamheden betrekking hebben op de bewerking van grond, de verzorging van gewassen, de oogst van landbouwprodukten en de bewerking daarvan;
schadegebied, zoals omschreven in bijlage 2;
tegemoetkoming in de schade of vergoeding van evacuatiekosten;
akkerbouw, tuinbouw, veehouderij en de teelt van vis voor menselijke consumptie;
LTO-Nederland en het Landbouwschap;
rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon;
de periode, gerekend vanaf 30 januari 1995, tot het moment waarop het bedrijf redelijkerwijs in staat moet worden geacht op zijn normale produktie te werken, rekening houdend met de geteelde gewassen of de gehouden diersoorten, doch maximaal een periode van 52 weken;
het financieel verlies, geleden door een mindere opbrengst dan redelijkerwijs mocht worden verwacht gedurende de schadetermijn als gevolg van verlies of beschadiging van gewassen, waardoor een vermindering in kwantiteit of kwaliteit is ontstaan of als gevolg van het niet of niet tijdig kunnen uitvoeren van de voorgenomen teelt van gewassen;
het financieel verlies, geleden door een mindere opbrengst dan redelijkerwijs mocht worden verwacht gedurende de schadetermijn als gevolg van verlies of fysieke beschadiging van dieren, waardoor een vermindering in kwantiteit of kwaliteit is ontstaan of als gevolg van het niet of niet tijdig kunnen uitvoeren van de voorgenomen produktiecyclus;
een door een bank verstrekte geldlening, niet zijnde een rekening-courant krediet, met een looptijd van 12 jaar waarvan het eerste jaar aflossingsvrij is;
onderneming of instelling die ingevolge artikel 6 van de Wet toezicht kredietwezen 1992 een vergunning heeft verkregen.