Bijlage 1 Regeling borgstelling waterschadekredieten 1995
Regeling borgstelling waterschadekredieten 1995
Model borgstellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Regeling borgstelling waterschadekredieten 1995. De Staat der Nederlanden, hierna te noemen: de staat, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen: de minister en ten deze vertegenwoordigd door ........... hierna te noemen: de Bank, komen overeen als volgt: In deze overeenkomst wordt verstaan onder: De staat stelt zich borg ten behoeve van de Bank voor de terugbetaling van waterschadekredieten die met inachtneming van de Regeling borgstelling waterschadekredieten 1995 en deze overeenkomst door de Bank worden verstrekt. Deze borgstelling wordt aangegaan onder de navolgende bedingen. De toepasselijkheid van deze borgstellingsovereenkomst op een krediet of een deel van een krediet kan uitsluitend worden ingeroepen: Een melding wordt niet geaccepteerd indien niet is voldaan aan de in artikel 8, eerste lid, opgenomen criteria. De meldingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden niet gedaan per telefax. De minister geeft een beslissing omtrent de acceptatie van een melding schriftelijk binnen 5 weken na ontvangst van een volledig ingevuld meldingsformulier vergezeld van alle vereiste bijlagen. Het waterschadekrediet bedraagt niet meer dan de som van: Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt een waterschadekrediet slechts in aanmerking genomen indien door de verstrekking van het waterschadekrediet het totaal van de waterschadekredieten op grond van deze overeenkomst, berekend per ondernemer het in het eerste lid bedoelde bedrag niet overschrijdt. Voor de berekening van de omvang van de borgstelling wordt het na toepassing van artikel 4 in aanmerking te nemen waterschadekrediet na verloop van ieder kalenderkwartaal, verminderd met een zodanig vast bedrag, dat het waterschadekrediet op de laatste datum waarop het moet zijn afgelost, doch uiterlijk na verloop van 6 jaar na 1 juli 1996, nihil bedraagt. Voor de toepassing van het eerste lid
- a. groep: een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:
- 1°. een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect
- meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,
- volledig aansprakelijk vennoot is van, of
- overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen en
- 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;
- b. kredietovereenkomst: een overeenkomst uit hoofde waarvan de Bank aan een ondernemer geld ter leen verstrekt of zal verstrekken met inachtneming van een vast aflossingsschema;
- c. krediet: een bedrag dat de Bank uit hoofde van een kredietovereenkomst verstrekt of zal verstrekken;
- d. waterschadekrediet: een krediet of een deel van een krediet dat overeenkomstig artikel 3 is gemeld en geaccepteerd;
- e. uitwinning:
- 1°. uitwinning door de Bank, naar normaal bankgebruik, van de door de ondernemer aan de Bank verstrekte zekerheden,
- 2°. onderhandse verkoop met toestemming van de Bank door de ondernemer van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, inning van vorderingen daaronder begrepen,
- 3°. executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer, en
- 4°. indien het faillissement van de ondernemer is uitgesproken of aan hem surséance van betaling is verleend: onderhandse of executoriale verkoop van de vermogensbestanddelen van de ondernemer door of met medewerking van de curator of de bewindvoerder;
- f. ondernemer:
- 1°. een natuurlijke persoon voor wiens rekening een onderneming in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt gedreven, of
- 2°. een belastingplichtige in de zin van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.
- a. indien het krediet of het deel ervan binnen 5 weken na het sluiten van de kredietovereenkomst, doch uiterlijk vóór 1 juli 1995, aan de minister is gemeld met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model door de minister wordt vastgesteld, en
- b. indien deze melding door de minister schriftelijk is geaccepteerd.
- a. 35% van het uit het formulier, waarvan het model is opgenomen in bijlage B bij deze overeenkomst, blijkende schadebedrag, zoals dat luidt na vermindering met de door de ondernemer ontvangen of aan de ondernemer toegezegde verzekeringspenningen met betrekking tot de schade waarop het schadebedrag betrekking heeft, of 10% van het onder a bedoelde schadebedrag, indien:
- 1°. uit een verklaring van de Stichting Watersnood Bedrijven Nederland 1995, waarvan een model is opgenomen in bijlage C bij deze overeenkomst, blijkt dat de ondernemer in 1994 een uitkering is verstrekt door de Stichting Watersnood Bedrijven Limburg, of
- 2°. de ondernemer op grond van de Regeling borgstelling waterschadekredieten 1994 een krediet is verstrekt, en
- b. 3% van de waarde van de jaaromzet 1994 van de ondernemer zoals berekend op basis van de in bijlage D bij deze overeenkomst bepaalde grondslag aan de hand van de aangiften omzetbelasting 1994, die kan worden toegerekend aan de bedrijfsactiviteiten die zijn verricht op de bedrijfsvestigingen die zijn gelegen in een gemeente die of een gedeelte van een gemeente dat is opgenomen in bijlage A bij deze overeenkomst, dan wel op een bedrijfsvestiging met betrekking tot de welke een subsidietoezegging is gedaan als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c, 1°, of een schadetaxatie is verricht als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c, 2°.
- a. indien het waterschadekrediet geheel of gedeeltelijk is opgebouwd uit het bedrag of een gedeelte van het bedrag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, dan heeft de Bank de beschikking over:
- 1°. een volledig ingevuld formulier, waarvan het model is opgenomen in bijlage B bij deze overeenkomst, en waarvan het schaderegistratieformulier ongecorrigeerd is en is ondertekend door een door de Stichting Watersnood Bedrijven Nederland 1995 aangewezen deskundige, en
- 2°. een verklaring, waarvan het model is opgenomen in bijlage C bij deze overeenkomst;
- b. indien het waterschadekrediet geheel of gedeeltelijk is opgebouwd uit het bedrag of een gedeelte van het bedrag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, dan heeft de Bank de beschikking over een verklaring, waarvan het model is opgenomen in bijlage D bij deze overeenkomst;
- c.
- 1°. tot de onderneming van de ondernemer behoort een fysieke bedrijfsvestiging die is gelegen in een gemeente die, of een gedeelte van een gemeente dat is opgenomen in bijlage A bij deze overeenkomst, of
- 2°. de Bank heeft de beschikking over een kopie van een subsidietoezegging van de Stichting Watersnood Bedrijven Nederland 1995 aan de ondernemer op grond van de Subsidieregeling waterschade 1995, of
- 3°. de Bank heeft de beschikking over een kopie van het in onderdeel a, 1° bedoelde formulier waaruit blijkt dat de ondernemer activaschade heeft geleden als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling waterschade 1995;
- d. het waterschadekrediet bedraagt minimaal f 2000;
- e. de ondernemer beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn onderneming op economisch verantwoorde wijze te drijven;
- f. er is een tekort aan zekerheden bij de ondernemer, waardoor de Bank naar normaal bankgebruik het krediet niet geheel voor eigen rekening en risico kan verstrekken;
- g. het waterschadekrediet bedraagt niet meer dan het tekort aan zekerheden dat bij de Bank ten tijde van het sluiten van de overeenkomst bestaat;
- h. de kredietovereenkomst is in schriftelijke vorm aangegaan;
- i. de Bank brengt de ondernemer uit hoofde van de kredietovereenkomst geen rente in rekening;
- j. de rentabiliteits- en continuïteitsperspectieven van de onderneming zijn bevredigend;
- k. het waterschadekrediet is niet bestemd en wordt niet gebruikt voor de nakoming van verplichtingen van de ondernemer aan de Bank die het waterschadekrediet verstrekt of aan een rechtspersoon waarmee de Bank in een groep verbonden is;
- l. de ondernemer beschikt niet over een door een andere bank verstrekte kredietfaciliteit, waarvoor de staat op grond van de Regeling borgstelling waterschadekredieten 1995, de Regeling borgstelling waterschadekredieten 1994, het Besluit borgstelling MKB-kredieten, de Regeling borgstelling MKB-kredieten 1988, de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985, de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 of de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1965, nog borg staat, anders dan een bijzondere hypothecaire geldlening als bedoeld in bijlage 4 van de Kredietbeschikking midden- en kleinbedrijf 1976 of in hoofdstuk VI van de Kredietregeling midden- en kleinbedrijf 1985;
- m. de ondernemer, indien deze een natuurlijk persoon is, zal naar verwachting na een gebruikelijke aanloopperiode uit de inkomsten van zijn onderneming kunnen voorzien in zijn levensonderhoud;
- n. de natuurlijke persoon die direct of indirect meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan de ondernemer, niet zijnde een natuurlijk persoon, heeft zich borg gesteld voor de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het waterschadekrediet is verstrekt, tot aan een bedrag ter grootte van ten minste 25 procent van het waterschadekrediet;
- o. de Bank heeft in de door haar gesloten borgstellingsovereenkomsten met betrekking tot de nakoming door de ondernemer van de verplichtingen voortvloeiende uit de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het waterschadekrediet is verleend een beding ten behoeve van de staat opgenomen, ertoe strekkende dat de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek niet geldt ten opzichte van de staat en de Bank heeft geen bedingen opgenomen, ertoe leidende dat:
- 1°. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,
- 2°. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek;
- p. bij de ondernemer zijn niet meer dan 250 werknemers in dienst;
- q. de ondernemer houdt een onderneming in stand waarvan de laatste jaaromzet voor minder dan 50% is verkregen, of, indien de onderneming nog geen heel jaar is gedreven, waarvan de omzet naar verwachting voor minder dan 50% zal worden verkregen, uit:
- 1°. de beoefening van de land- of de tuinbouw, de vee- of visteelt, de visserij of de teelt van vee- of visvoer,
- 2°. de uitoefening van het bank-, verzekerings- of beleggingsbedrijf, of het financieren van een of meer andere ondernemingen of
- 3°. het verwerven, vervreemden, beheren of exploiteren van onroerende zaken of het ontwikkelen van onroerende zaak-projecten;
- r. de ondernemer oefent geen beroep uit als bedoeld in artikel 1, onder B, van het Besluit werkingssfeer Wet tarieven gezondheidszorg 1992, dan wel het beroep van dierenarts, notaris, advocaat of gerechtsdeurwaarder;
- s. de kredietovereenkomst bevat een bepaling op grond waarvan het de ondernemer niet is toegestaan aflos-singen op het krediet opnieuw op te nemen;
- t. het krediet moet volledig zijn uitbetaald uiterlijk op 1 oktober 1995.
- a. het toegang verlenen tot door de Bank gebruikte plaatsen;
- b. het verlenen van inzage in zakelijke gegevens en bescheiden;
- c. het maken van kopieën van de onder b bedoelde gegevens en bescheiden;
- d. het verlenen van medewerking aan het verstrekken van gegevens door anderen en
- e. het verstrekken van inlichtingen.
- a. vervroegde volledige aflossing van het waterschadekrediet;
- b. het door de afdeling ....... van de Bank in beheer nemen van het waterschadekrediet;
- c. de verlening van surséance van betaling aan of de faillietverklaring van de ondernemer;
- d. opeising van het waterschadekrediet.
- a. een borg er zich op zou kunnen beroepen dat de staat eerst zou moeten worden aangesproken,
- b. een borg zich zou kunnen onttrekken aan toepassing door de staat van de omslagregeling van artikel 869, boek 7, Burgerlijk Wetboek.
- a. indien niet voldaan is aan een verzoek als bedoeld in artikel 9, eerste lid;
- b. indien de Bank in het kader van de aanvraag gegevens heeft verstrekt, waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist of onvolledig waren en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beslissing op de aanvraag zou hebben geleid.
- a. indien terzake van het waterschadekrediet een aanvraag wordt ingediend als bedoeld in artikel 13, tezamen met die aanvraag;
- b. in de overige gevallen: binnen vijf weken na de volledige aflossing of opeising van het krediet.
- a. de ondernemer aan wie het waterschadekrediet is verstrekt de onderneming en alle voor het drijven van de onderneming bestemde activa en passiva inbrengt of overdraagt aan een door de ondernemer voor het drijven van die onderneming opgerichte rechtspersoon,
- b. de Bank met de onder a bedoelde rechtspersoon een overeenkomst sluit als gevolg waarvan die rechtspersoon bij de kredietovereenkomst uit hoofde waarvan het waterschadekrediet is verleend de plaats inneemt van de ondernemer, en
- c. de ondernemer zich naast de onder a bedoelde rechtspersoon hoofdelijk aansprakelijk stelt voor de nakoming door die rechtspersoon van de verplichtingen die voortvloeien uit de kredietovereenkomst.