Art. 23 Wet arbeid vreemdelingen, Overgangs- en slotbepalingen
1. De werkgever is verplicht de vreemdeling die arbeid heeft verricht zijn loon als bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van de Richtlijn nr. 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (PbEU 2009 L 168) te voldoen.
2. Indien een werkgever een vreemdeling arbeid doet verrichten in strijd met artikel 2, wordt de vreemdeling vermoed gedurende ten minste zes maanden werkzaam te zijn voor die werkgever tegen het loon, bedoeld in het eerste lid, en voor de duur van het verrichten van de arbeid die in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is.
3. De vreemdeling kan tevens elke naast hogere werkgever aansprakelijk stellen voor de nakoming van het eerste lid.
4. Een vordering uit hoofde van het derde lid is slechts mogelijk indien een vordering op de naast lagere werkgever niet is geslaagd.
5. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van het eerste tot en met derde lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 11 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3568
- ABRvS 7 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:645
- ABRvS 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1618
- Rb. Zeeland-West-Brabant 31 juli 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:5548
- Rb. Amsterdam 22 november 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8310
- Hof Amsterdam 8 november 2022, ECLI:NL:GHAMS:2022:3136
- ABRvS 7 augustus 2013, ECLI:NL:RVS:2013:661
- ABRvS 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1623
- ABRvS 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1621
- ABRvS 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1620
- ABRvS 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1617
- ABRvS 11 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1615
- Rb. Den Haag 9 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3725
- Conclusie A-G Drijber 19 januari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:82
- HR 15 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:399
- CRvB 4 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA0789