Art. 10 Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen, Minimum vlieghoogte voor opleidingsdoeleinden bestemde propellervliegtuigen

Regeling VFR-nachtvluchten en minimum vlieghoogten voor militaire luchtvaartuigen

De in artikel 6 bedoelde vrijstelling wordt aan gezagvoerders van voor opleidingsdoeleinden bestemde propellervliegtuigen behorende tot of gebruikt voor de Nederlandse strijdkrachten verleend voor het uitvoeren van een VFR-vlucht boven de in artikel 8, onder b, bedoelde gebieden waarbij een minimum vlieghoogte van 150 meter (500 voet) boven grond of water in acht wordt genomen.