Art. 14 Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart, Bepalingen inzake de samenstelling van de minimumbemanning
Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart
1. De minimumbemanning van schepen, waarop de artikelen 12, 12a, 12b en 12c niet van toepassing zijn, is, rekening houdend met de afmetingen, de bouw, de inrichting en de bestemming van deze schepen, voldoende met het oog op de veiligheid van de vaart en van de arbeid aan boord.
2. De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat kan met inachtneming van het eerste lid, na overleg met het bevoegde districtshoofd van de Arbeidsinspectie, ten aanzien van elk schip als bedoeld in het eerste lid afzonderlijk dan wel voor categorieën van schepen als bedoeld in het eerste lid de minimumbemanning vaststellen. Schepen als bedoeld in de vorige zin zijn voorzien van een verklaring, afgegeven door de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, waarin de minimumbemanning is vastgelegd.
3. De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat kan na overleg met het bevoegde districtshoofd van de Arbeidsinspectie, ten aanzien van bunkerschepen met een lengte van minder dan 35 meter die slechts op korte trajecten ingezet worden, een minimumbemanning voorschrijven die afwijkt van artikel 12, eerste lid. Bunkerschepen als bedoeld in de vorige zin, zijn voorzien van een verklaring, afgegeven door de inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, waarin de minimumbemanning is vastgelegd.