Art. 49 ROW 1995, Bepalingen betreffende Europese octrooien
Rijksoctrooiwet 1995 (ROW 1995)
1. Met inachtneming van het in deze rijkswet bepaalde hebben Europese octrooien vanaf de dag, waarop overeenkomstig artikel 97, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag de vermelding van de verlening is gepubliceerd, dezelfde rechtsgevolgen en zijn zij aan hetzelfde recht onderworpen als de overeenkomstig artikel 36 van deze rijkswet verleende octrooien.
2. Een Europees octrooi blijft, behoudens eerder verval of vernietiging door de rechter, van kracht tot het verstrijken van een termijn van twintig jaren, te rekenen vanaf de datum van indiening, die de Europese octrooiaanvrage, die tot het betrokken Europees octrooi heeft geleid, ingevolge artikel 80 van het Europees Octrooiverdrag met inachtneming van de artikelen 61 of 76 van dat verdrag bezit.
3. Voor de toepassing van de artikelen 55, eerste lid, 57, vierde lid, en 77, eerste lid, op Europese octrooien geldt als dag van indiening: de datum van indiening die de Europese octrooiaanvrage, die tot het betrokken Europees octrooi heeft geleid, ingevolge artikel 80 van het Europees Octrooiverdrag met inachtneming van de artikelen 61 of 76 van dat verdrag bezit.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Amsterdam 24 april 2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4100
- ABRvS 13 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3026
- ABRvS 6 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:689
- ABRvS 24 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1040
- ABRvS 27 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI4974
- Rb. Den Haag 22 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2490
- Rb. Den Haag 16 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4842
- Rb. Alkmaar 14 juli 2005, ECLI:NL:RBALK:2005:AT9908