Bijlage 3 Instellingsbesluit reglementering van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden: overgangsrecht Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Instellingsbesluit reglementering van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

In dit overgangsrecht wordt verstaan onder: 1. De op de dag voorafgaande aan de datum van samenvoeging voor overgaand gebied geldende waterschapsbesluiten blijven van kracht totdat het bevoegde bestuursorgaan van het waterschap deze vervallen heeft verklaard. 2. De op de dag voorafgaande aan de datum van samenvoeging voor overgaand gebied geldende provinciale voorschriften, betreffende de taken of de bestuursorganen van de op te heffen waterschappen blijven van kracht zolang het bevoegde bestuursorgaan niet anders beslist. 3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de voor de datum van overdracht voor overgaand gebied geldende provinciale voorschriften betreffende het door de provincie Utrecht over te dragen waterkwaliteitsbeheer. 1. Voor de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur van het waterschap gelden de reglementen van orde van het op te heffen Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden totdat deze door andere zijn vervangen. 2. Voor de secretaris van het waterschap geldt de instructie van het op te heffen Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden totdat deze door een andere is vervangen. 1. Met ingang van de datum van samenvoeging en zolang de in artikel 2 bedoelde voorschriften blijven gelden, oefenen de in het waterschap bevoegde bestuursorganen en ambtenaren de bevoegdheden uit die bij die voorschriften aan overeenkomstige bestuursorganen en ambtenaren van de op te heffen waterschappen zijn toegekend. 2. Met ingang van de datum van overdracht is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de bevoegdheden die met betrekking tot het over te dragen kwaliteitsbeheer aan de provincies zijn toegekend. 1. Met ingang van de datum van samenvoeging gaan alle publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van de op te heffen waterschappen over op het waterschap. 2. Van de op te heffen waterschappen worden de burgerlijke rechten en verplichtingen om niet overgedragen aan het waterschap, zonder dat daarvoor een nader besluit word