Bijlage 12 Regeling examenprogramma's algemene eindexamenvakken v.b.o. en m.a.v.o.

Regeling examenprogramma's algemene eindexamenvakken v.b.o. en m.a.v.o.

Examenprogramma HANDVAARDIGHEID II (TEXTIELE WERKVORMEN) eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C Centraal examen en schoolonderzoek 1. Indeling Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt. 2. Het centraal examen Het centraal examen heeft betrekking op de vaardigheden 3 en 4 en op de eindtermen 19 tot en met 23 en omvat vragen en opdrachten betreffende beeldend werk uit de periode van 1800 tot heden. Het beeldmateriaal bestaat uit: 3. Het schoolonderzoek Het schoolonderzoek omvat alle vaardigheden en de eindtermen 1 tot en met 18. Aanwijzingen C en D Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen. Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten. Examenstof De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen. 1. Vaardigheden De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen: De kandidaat kan 2. Eindtermen Domein A.: Beeldende problemen de kandidaat kan hiervoor twee- en driedimensionale beeldende oplossingen vinden met toepassing van de werkwijzen: naar de waarneming, naar de voorstelling, gericht op toepassing De kandidaat kan