Bijlage 1 Regeling examenprogramma's algemene eindexamenvakken v.b.o. en m.a.v.o.

Regeling examenprogramma's algemene eindexamenvakken v.b.o. en m.a.v.o.

Examenprogramma NEDERLANDSE TAAL eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C Centraal examen en schoolonderzoek 1. Indeling Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in twee zittingen, één voor leesvaardigheid (niet-fictionele teksten) en één voor schrijfvaardigheid, die elk twee uur duren. 2. Het centraal examen Het centraal examen heeft betrekking op: Het cijfer voor het centraal examen is het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor leesvaardigheid en dat voor schrijfvaardigheid. 3. Het schoolonderzoek Het schoolonderzoek omvat afzonderlijke toetsing van: Bij het schoolonderzoek worden de algemene vaardigheden, zoals vermeld in de examenstof, op een door de school te bepalen wijze betrokken. Aanwijzingen C en D Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen. Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten. Bedoeld onderscheid wordt enerzijds bepaald door het taalmateriaal bij lees- en luistervaardigheid (woordenschat, grammaticale complexiteit, abstractieniveau van teksten), anderzijds door de kwaliteit van de uitvoering bij spreek- en schrijfvaardigheid (grotere gepastheid en formele correctheid). Examenstof De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen. 1. Vaardigheden De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen: De kandidaat kan 2. Eindtermen Domein A.: Lezen Subdomein: Niet-fictionele teksten De kandidaat kan Treedt voor de eindexamens mavo, vbo en vavo, gericht op het behalen van het diploma mavo, in werking met ingang van 1 augustus 1996. Treedt voor het staatsexamen mavo in werking met ingang van 1 januari 1997.