Bijlage II Regeling wijze van keuren niet-periodiek-keuringsplichtige voertuigen: behorend bij artikel 3
Regeling wijze van keuren niet-periodiek-keuringsplichtige voertuigen
Keuringseisen Wijze van keuren 0. Algemeen Artikel 5.12.1 onderdeel a. Visuele controle. onderdeel b. Visuele controle. onderdeel c. Visuele controle. De volgende gegevens moeten worden gecontroleerd: onderdeel d. Visuele controle. De in artikel 5 van het Kentekenreglement voorgeschreven goedkeuringsmerken zijn: onderdeel e. Visuele controle, waarbij de waarnemer op een afstand van 20,00 m vóór dan wel achter de aanhangwagen staat. 1. Algemene bouwwijze van het voertuig Artikel 5.12.3 lid 1. Visuele controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie geschiedt de controle overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2, van de Regeling permanente eisen. lid 2. – Artikel 5.12.4 lid 1. Visuele controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. lid 2. Visuele controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Indien sprake is van corrosie geschiedt de controle overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2, van de Regeling permanente eisen. Artikel 5.12.5 Visuele controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. 2. Afmetingen en massa's Artikel 5.12.6 lid 1. De aanhangwagen wordt in geval van twijfel gemeten, waarbij artikel 1.2 van het Voertuigreglement van toepassing is. lid 2. – lid 3. De wijze van keuren bij het eerste lid is van toepassing. lid 4. In geval van twijfel wordt gemeten. lid 5. – leden 6, 7 en 8. De wijze van keuren bij het eerste lid is van toepassing. lid 9 visuele controle. Artikel 5.12.7 leden 1 en 2. In geval van buitensporige wijziging van de inrichting wordt de aanhangwagen gewogen. 5. Assen Artikel 5.12.18. lid 1. Visuele controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt en, indien sprake is van corrosie ter plaatse van de bevestiging, geschiedt de controle overeenkomstig hoofdstuk 2, titel 2, van de Regeling permanente e
- a. de naam van de fabrikant;
- b. het goedkeuringsnummer;
- c. het identificatienummer;
- d. de toegestane maximum massa van de aanhangwagen;
- e. de toegestane maximum massa voor elk van de assen in volgorde van de voorste as naar de achterste as;
- f. in geval van een oplegger: maximum toegestane druk op de koppelschotel.
- 1. voor kentekenplaten volgens de modellen 1.1 tot en met 10.1 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten:
- 2. voor kentekenplaten volgens de modellen 11.1 tot en met 18.2 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten:
- 3. voor kentekenplaten volgens de modellen 27.1 tot en met 27.17 en 27.24 tot en met 27.31 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten:
- 1. De wijze van keuren bij het eerste lid is van toepassing.
- 2. Voor het zichtbaar maken van:
- a. axiale speling van fuseepennen, -lageringen en -bussen, wordt elk wiel ontlast en op en neer bewogen dan wel ontlast en langzaam weer belast;
- b. radiale speling van fuseepennen, -lageringen en -bussen, wordt elk wiel gedeeltelijk ontlast en handmatig dan wel met behulp van een spelingsdetector bewogen;
- c. axiale en radiale speling van fuseekogels en overige kogelgewrichten, wordt elke kogel ten opzichte van de draagarm in elke richting bewogen; bij deze controle moet de stand van de wielophanging zoveel mogelijk overeenkomen met de rijpositie en moeten de kogels zoveel mogelijk onbelast zijn;
- d. radiale speling van de overige draaipunten, wordt elk draaipunt in radiale richting ten opzichte van de bevestiging bewogen met behulp van een spelingsdetector dan wel handmatig.
- 3. In geval van twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt meetmiddel.
- 4. Op de speling zijn de artikelen 2.5.2 tot en met 2.5.4 van de Regeling permanente eisen van overeenkomstige toepassing.
- 1. Visuele controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.
- 2. Voor de controle van de speling moet elk wiel vrij kunnen ronddraaien en wordt elk wiel met de hand of met behulp van een hefboom haaks op de draairichting bewogen.
- 3. In geval van twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt meetmiddel.
- 4. De meting vindt plaats op een zo groot mogelijke afstand van de hartlijn van de as.
- 5. Op de speling is artikel 2.5.5 van de Regeling permanente eisen van overeenkomstige toepassing.
- 1. Visuele controle, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt.
- 2. Het zichtbaar maken van de speling geschiedt op de volgende wijze:
- a. door middel van een hefboom of koevoet, dan wel
- b. door het chassis te heffen.
- 3. In geval van twijfel wordt de speling gemeten met een geschikt meetmiddel.
- 1. Visuele controle op de aanwezigheid, waarbij het merk en type van de drukluchtremkrachtregelaars mag afwijken.
- 2. Indien ter plaatse de daadwerkelijke aslast kan worden vastgesteld, vindt de controle van de afstelling van de drukluchtremkrachtregelaars plaats met behulp van manometers, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Hierbij wordt de rem in werking gesteld waarbij de afstelling ten hoogste 0,5 bar mag afwijken van de gegevens op de plaat. De volgende twee afstellingen moeten ten minste worden gecontroleerd
- a. de stand waarin de regelaars zich bevinden behorende bij de vastgestelde aslast, en
- b. de stand van de regelaars wanneer deze de volle druk doorsturen, voorzover dit mogelijk is zonder demontage.
- 3. Indien ter plaatse de daadwerkelijke aslast niet kan worden vastgesteld, vindt een globale controle van de afstelling van de drukluchtremkrachtregelaars plaats met behulp van manometers, terwijl de aanhangwagen zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Hierbij wordt de rem in werking gesteld. Bij een niet maximaal belaste as wordt de werking van de regelaars gecontroleerd door:
- a. de druk te meten die de regelaars doorsturen in de stand waarin deze zich dan bevindt; en
- b. de afstelling te meten van de stand waarin de regelaars de volle druk doorsturen, voorzover mogelijk zonder demontage. De volgens punt b, gemeten druk moet hoger zijn dan de druk die is vastgesteld volgens punt a. Indien de betreffende as nagenoeg maximaal is belast, mag de volgens punt b gemeten druk gelijk zijn aan de vastgestelde druk volgens punt a.
- a. indien de aanhangwagen is voorzien van een drukluchtremsysteem, de bedrijfsrem bediend en wordt gecontroleerd of elk wiel wordt geremd;
- b. indien de aanhangwagen is voorzien van een oploopreminrichting, de vastzetinrichting bediend en wordt gecontroleerd of elk wiel wordt geremd.