Bijlage I Regeling wijze van keuren niet-periodiek-keuringsplichtige voertuigen: behorende bij artikel 2
Regeling wijze van keuren niet-periodiek-keuringsplichtige voertuigen
Keuringseisen Wijze van keuren 0. Algemeen Artikel 5.4.1 onderdeel a. Visuele controle. onderdelen b en c. Visuele controle. onderdeel d. Visuele controle. De in artikel 5 van het Kentekenreglement voorgeschreven goedkeuringsmerken zijn: onderdeel e. Visuele controle, waarbij de waarnemer op een afstand van 20,00 m vóór dan wel achter het voertuig staat. 1. Algemene bouwwijze van het voertuig Artikel 5.4.3 lid 1. onderdeel a. Visuele controle. onderdeel b. Visuele controle. Bij twijfel in hoeverre een onderdeel is doorgeroest, mag de roest in lichte mate worden beklopt met een hamertje met bolle of afgeronde kop. onderdeel c. Visuele controle. Bij twijfel wordt een rijproef uitgevoerd. lid 2. Visuele controle. Artikel 5.4.4 Visuele controle. 2. Afmetingen en massa's Artikel 5.4.6 leden 1 en 2. In geval van twijfel wordt de motorfiets gemeten, waarbij artikel 1.2 van het Voertuigreglement van toepassing is. 3. Motor Artikel 5.4.9 lid 1. Visuele controle van alle aanwezige brandstofsystemen. lid 2. Visuele controle. Een LPG-installatie wordt gecontroleerd met behulp van een middel dat lekkage zichtbaar maakt, waarbij het contact moet zijn ingeschakeld. lid 3. Visuele controle. Artikel 5.4.10 lid 1. – leden 2, en 3, onderdelen a, b, c en d. Visuele controle. lid 3, onderdeel e. Visuele controle, zo nodig terwijl de motorfiets zich boven een inspectieput of op een hefinrichting bevindt. Hierbij wordt het contact ingeschakeld en wordt gecontroleerd of de spoel wordt bekrachtigd. Vervolgens wordt de motor gestart waarna de handrem wordt aangetrokken en de hoogste versnelling wordt ingeschakeld. Met behulp van de koppeling de motor laten afslaan waarna de bekrachtiging moet wegvallen. Indien een controle op deze wijze niet mogelijk is, wordt de motor gestart en nadat is overgeschakeld op LPG wordt gecontroleerd of de spoel is bekrachtigd; daarna wordt met het contact uitgeschakeld gecontroleerd of de bekrachtiging is weggevallen. lid 3, onderdeel f. Visuele controle. lid 3
- 1. voor kentekenplaten volgens de modellen 1.1 tot en met 10.1 van de bijlage bij de regeling kentekens en kentekenplaten:
- 2. voor kentekenplaten volgens de modellen 11.1 tot en met 18.2 van de bijlage bij de Regeling kentekens en kentekenplaten:
- 3. voor kentekenplaten volgens de modellen 27.1 tot en met 27.17 en 27.24 tot en met 27.31 van de bijlage bij deRegeling kentekens en kentekenplaten
- 1. De stand van de lichtbundel van het dimlicht wordt gecontroleerd met behulp van een koplamptestapparaat of een verlichtingsscherm, waarbij de motorfiets en het koplamptestapparaat op een vlakke en horizontale vloer zijn geplaatst.
- 2. Bij de controle bedoeld in punt 1 moet
- a. het voorwiel in de stand van rechtuitrijden staan,
- b. een persoon op de motorfiets zitten, en moeten
- c. de banden op de juiste spanning zijn.