Art. 4 Regeling wijze van keuren niet-periodiek-keuringsplichtige voertuigen

Regeling wijze van keuren niet-periodiek-keuringsplichtige voertuigen

1. Indien visuele controle wordt voorgeschreven doch onvoldoende uitsluitsel biedt, wordt het desbetreffende onderdeel aanvullend op één van de volgende wijzen gecontroleerd:

a. door gebruik te maken van hulpmiddelen zoals een spiegel, hamertje, bandijzer, staalborstel of schuurpapier;

b. door het uitoefenen van een kracht, al dan niet met behulp van gereedschap.

2. Alvorens tot keuring wordt overgegaan, moeten de volgende onderdelen zijn verwijderd:

a. de wieldoppen,

b. de onderbeplating ten behoeve van stroomlijning of geluidsisolatie, en de

c. beschermkappen om stuurkoppelingen.