Art. 13 Regeling registratie diergeneesmiddelen 1995, Farmacologische en immunobiologische diergeneesmiddelen

Regeling registratie diergeneesmiddelen 1995

De aanvrager houdt één of meer monsters van het betrokken diergeneesmiddel, van de werkzame stof of stoffen, dan wel, in voorkomend geval, van de tussenproducten of van andere bestanddelen ten behoeve van de beoordeling van het diergeneesmiddel beschikbaar, welke monsters binnen vijf weken op eerste oproep van het Bureau per aangetekende brief aan de door het Bureau aangewezen instituten worden gezonden.