Bijlage 3 Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen: beoordeling van de risico's van een stof voor het milieu, behorende bij hoofdstuk 4 van de Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen
Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen
1.1 De concentratie per milieucompartiment waarbij de stof naar verwachting geen ongewenst effect meer voor dat milieucompartiment zal opleveren (PNEC), wordt geschat. 1.2 De concentratie, bedoeld in punt 1.1, wordt geschat op basis van de door de kennisgever overgelegde gegevens, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, 2a, eerste lid, onderdeel f, 6, tweede lid, 7, eerste lid, onderdelen e, f, g, h en i, en derde lid, onderdelen g en h, en 8, eerste lid, onderdelen f, g, h, i en j en tweede lid, onderdeel c en derde lid, van het besluit. 1.3 De concentratie, bedoeld in punt 1.1, wordt berekend door de uit proeven op organismen verkregen waarden met betrekking tot: 1.4 De extrapolatiefactor, bedoeld in punt 1.3, weerspiegelt de mate van onzekerheid bij het gebruik van onderzoeksgegevens met betrekking tot een beperkt aantal organismen. Deze extrapolatiefactor kan kleiner zijn naarmate er meer onderzoeksgegevens met betrekking tot de ecotoxiciteit beschikbaar zijn en de lengte van de periode waarin de proeven voor de bepaling daarvan zijn uitgevoerd langer is geweest. 1.5 Indien de waarden van de letale-dosismediaan of de effect-concentratiemediaan zijn vastgesteld aan de hand van proeven waarmee de acute toxiciteit is bepaald, is de extrapolatiefactor 1.000. 1.6 In afwijking van punt 1.5 kan een lagere extrapolatiefactor worden vastgesteld, indien relevante gegevens daartoe aanleiding geven. 1.7 Met betrekking tot de concentratie waarbij geen ongewenst effect voor het milieu (NOAEC) meer optreedt wordt in beginsel een lagere extrapolatiefactor vastgesteld dan de waarde vermeld in punt 1.5. 1.1 De evaluatie van de blootstelling van het milieu aan een stof wordt zo uitgevoerd dat daarmee een kwantitatieve schatting van de concentratie van een stof die naar redelijke verwachting op langere termijn in het milieu zal worden aangetroffen, kan worden gemaakt (PEC). 1.2 Indien een kwantitatieve schatting niet mogelijk is, wordt volstaan met een kwalitatieve schatting
- a. de letale-dosismediaan (LD50),
- b. de letale-concentratiemediaan (LC50),
- c. de effect-concentratiemediaan (EC50),
- d. de concentratie waarbij 50% remming van een bepaalde parameter, zoals de groei, optreedt (IC50),
- e. het hoogste niveau of de hoogste concentratie waarbij nog geen ongewenst effect voor het milieu is waargenomen (NOAEL, NOAEC) of
- f. de laagste dosis of laagste concentratie waarbij nog een ongewenst effect voor het milieu is waargenomen (LOAEL, LOAEC), te delen door een extrapolatiefactor.
- a. emissie- of immissiegegevens dan wel andere meetgegevens;
- b. de hoeveelheid van de stof die in Nederland zal worden ingevoerd of in de Europese Economische Ruimte aan een ander ter beschikking zal worden gesteld;
- c. de fysische en/of chemische vorm waarin de stof in Nederland zal worden ingevoerd of in de Europese Economische Ruimte aan een ander ter beschikking zal worden gesteld;
- d. de aard van de toepassing of toepassingen van die stof en de mate van inperking bij die toepassingen;
- e. voor het schatten van de emissies relevante procesgegevens;
- f. fysische en chemische eigenschappen van een stof, zoals het smeltpunt, kookpunt, dampspanning, oppervlaktespanning, oplosbaarheid in water en de n-octanol/water-partitiecoëfficiënt;
- g. de redelijkerwijs te verwachten routes waarlangs een stof in een milieucompartiment terecht komt dan wel kan komen en het adsorptie/desorptie- en afbraakvermogen van een milieucompartiment met betrekking tot die stof;
- h. de duur en frequentie van de blootstelling van het milieucompartiment aan de stof.