Art. 2 Vaststelling regionaal examenprogramma Nautische Sector Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam
Vaststelling regionaal examenprogramma Nautische Sector Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam
Het examenprogramma voor de modules van het regionaal examen ter verkrijging van de regionale kwalificatie Amsterdam/Noordzeekanaalgebied bevat de volgende eisen:
a. voor de module regionale communicatieprocedures:
1º. grondige kennis van: radio en telefonieprocedures conform de vigerende regelgeving bij het verstrekken van verkeersinformatie, de voorschriften betreffende marifoonblokgebieden in de regio, meldingsplicht zeevaart, binnenvaart, visserij- en pleziervaart;
2º. kennis van: de bediening en werking van de ter beschikking staande radiotelefonie apparatuur en andere communicatiemiddelen;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
b. voor de module regionale nautische kennis:
1º. grondige kennis van: de nautische infrastructuur (kunstwerken, soorten steigers, kaden, boeien e.d.);
2º. grondige kennis van: de hydrografische aspecten in de regio;
3º. kennis van: de nautische en hydrografische publikaties in de regio;
4º. kennis van: de tijpoortregelingen in de regio;
5º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 4° genoemde vakken.
c. voor de module verkeersdienstapparatuur:
1º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de in de regio gebruikte walapparatuur;
2º. grondige kennis van: bediening en mogelijkheden van de informatieverwerkende systemen en randapparatuur benodigd voor het uitoefenen van de functie;
3º. begrip van: de voornaamste technische aspecten en de inzetbaarheid van patrouilleboten;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.
d. voor de module regionale scheepvaartverkeersreglementering:
1º. grondige kennis van: de relevante reglementering in de regio met betrekking tot het scheepvaartverkeer;
2º. kennis van: de lokale havenreglementen;
3º. kennis van: de voor de regio relevante reglementering met betrekking tot milieu en vervoer gevaarlijke stoffen, schutregeling sluizen met betrekking tot gevaarlijke stoffen;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
e. voor de module topografie en geografie:
1º. grondige kennis van: de topografie in de regio;
2º. grondige kennis van: de bijzonderheden en voorschriften betreffende kunstwerken, ligplaatsen, (nood)ankerplaatsen, en dergelijke;
3º. grondige kennis van: (de watergebonden) bedrijven en de relevante kenmerken van hun produktieprocessen en risicofactoren;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken bij de verkeersplanning, schutplanning en toewijzing van ligplaatsen.
f. voor de module regionale verkeersdienst:
1º. grondige kennis van: de richtlijnen ter uitvoering van regelingen voor het verkeersbegeleidend systeem in de regio;
2º. kennis van: de organisatie, doelstelling en taak van het Gemeentelijk Havenbedrijf en de nautische sector in de regio;
3º. kennis van: de in de regio van toepassing zijnde nautische samenwerkingsregelingen met overige instanties;
4º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° tot en met 3° genoemde vakken.
g. voor de module regionale organisatie van de verkeersafwikkeling:
1º. grondige kennis van: organisatie en afhandeling van de scheepvaart in de regio met alle bijbehorende aspecten in het totale aandachtsgebied inclusief de nautische samenwerkingsregelingen met derden;
2º. grondige kennis van: de procedures met betrekking tot de verkeersafwikkeling;
3º. bedrevenheid in: het toepassen van de onder 1° en 2° genoemde vakken.