Art. 5.7.38 Voertuigreglement, Motorrijtuigen met beperkte snelheid
1. Motorrijtuigen met beperkte snelheid moeten zijn voorzien van een bedrijfsrem:
a. die ten minste op de wielen van één as werkt;
b. waarvan de remvertraging op een droge of nagenoeg droge en ongeveer horizontaal liggende weg ten minste 2,4 m/s2 bedraagt.
2. Het voertuig mag door het remmen geen zijwaartse beweging maken.