Art. 5.3.26 Voertuigreglement, Permanente eisen
Stabilisatoren moeten met alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen deugdelijk zijn bevestigd en mogen:
a. geen breuken of scheuren vertonen;
b. niet te veel speling op de draaipunten vertonen.
Stabilisatoren moeten met alle daarvoor bestemde bevestigingsmiddelen deugdelijk zijn bevestigd en mogen:
a. geen breuken of scheuren vertonen;
b. niet te veel speling op de draaipunten vertonen.