Art. 5.14.60 Voertuigreglement, Aanhangwagens achter landbouw- of bosbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid

Voertuigreglement

1. De achteruitrijlichten moeten aan de achterzijde van het voertuig zijn aangebracht op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,20 m boven het wegdek.

2. Op de stadslichten en markeringslichten is artikel 5.14.54, eerste lid onderscheidenlijk achtste lid, van toepassing.

3. Het mistlicht of de mistlichten aan de achterzijde van het voertuig moeten zijn aangebracht: Indien één licht is aangebracht, moet dit links van het midden van het voertuig zijn geplaatst.

a. op ten minste 0,10 m afstand van de remlichten;

b. op een hoogte van niet minder dan 0,25 m en niet meer dan 1,00 m boven het wegdek.