Art. 5.10.55 Voertuigreglement, Gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een verbrandingsmotor of een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie

Voertuigreglement

1. De in artikel 5.10.51 bedoelde lichten moeten goed werken.

2. De verlichtingsarmaturen en de onderdelen daarvan moeten deugdelijk aan het voertuig zijn bevestigd.

3. De glazen van de verlichtingsarmaturen mogen niet zodanig zijn beschadigd, gerepareerd of bewerkt dat de lichtopbrengst en het lichtbeeld dan wel de functie nadelig worden beïnvloed.

4. Lichten met dezelfde functie moeten van gelijke grootte, gelijke kleur en gelijke of nagenoeg gelijke sterkte zijn. Lichten en retroreflecterende voorzieningen met dezelfde functie moeten symmetrisch links en rechts van het midden van het voertuig zijn bevestigd.

5. De in artikel 5.10.51 bedoelde lichten en retroreflectoren mogen niet zijn afgeschermd.

6. De retroreflectoren mogen geen gebreken vertonen, die de retroreflectie beïnvloeden.

7. Onze Minister kan regels vaststellen omtrent het bepaalde in het tweede en derde lid.