Art. 5.10.53 Voertuigreglement, Gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een verbrandingsmotor of een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie
1. De grote lichten, de dimlichten en de stadslichten mogen niet anders dan wit of geel stralen.
2. De richtingaanwijzers en waarschuwingsknipperlichten mogen naar voren niet anders dan ambergeel of wit en naar achteren niet anders dan ambergeel of rood stralen.
3. De achterlichten en de mistlichten aan de achterzijde mogen niet anders dan rood stralen.
4. De remlichten mogen niet anders dan rood of ambergeel stralen.