Art. 5.10.51 Voertuigreglement, Gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een verbrandingsmotor of een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie
Gehandicaptenvoertuigen moeten zijn voorzien van:
a. twee grote lichten;
b. twee dimlichten;
c. twee stadslichten;
d. twee richtingaanwijzers aan de voorzijde en twee richtingaanwijzers aan de achterzijde, of twee richtingaanwijzers aan de zijkanten, en met ingang van 1 januari 2005, waarschuwingsknipperlichten;
e. twee achterlichten;
f. twee remlichten;
g. twee niet-driehoekige rode retroreflectoren aan de achterzijde van het voertuig.