Bijlage 1 Regeling examenprogramma's Arabische taal en Turkse taal v.b.o.-D en m.a.v.o.-D
Regeling examenprogramma's Arabische taal en Turkse taal v.b.o.-D en m.a.v.o.-D
Onder Turkse taal en Arabische taal wordt verstaan de officiële taal van Turkije en de taal die in Arabische landen de officiële taal is. De culturele inhouden worden in de taalvaardigheden ingebed, opdat toegang tot het eigen culturele erfgoed kan worden verschaft. In het centraal examen wordt onderdeel 1.2 getoetst. Duur: 2 uur. In het schoolonderzoek worden de onderdelen 1.1, 1.3, 1.4 en 1.5 getoetst. Het onderzoek naar de gespreksvaardigheid bestaat ten minste uit een voorbereid gesprek waarbij aan de kandidaat enkele situaties worden aangeboden waarop hij/zij zodanig moet reageren dat diverse taalfuncties aan de orde komen. Voor het gesprek is het onderwerp ervan bekend bij de kandidaat. Het onderzoek naar de leesvaardigheid (intensief) wordt getoetst aan de hand van een tekst met vragen. Het onderzoek naar de leesvaardigheid (extensief) heeft betrekking op een aantal gelezen boeken, respectievelijk artikelen. Het onderzoek naar de schrijfvaardigheid omvat ten minste het schrijven van een brief naar aanleiding van verstrekte gegevens. De luistervaardigheid wordt ten minste getoetst door middel van een luistertoets. De kandidaten moeten in ieder geval met enkele van de volgende onderwerpen vertrouwd zijn in de Arabische taal en Turkse taal: De kandidaten moeten vertrouwd zijn met de volgende rollen zoals die verbaal en niet-verbaal vervuld worden: Het taalmateriaal dat in het examen gebruikt wordt dient aan de volgende voorwaarden te voldoen: In een voorbereid gesprek, dat een duur heeft van ten minste 20 minuten, worden aan de kandidaten een aantal communicatieve situaties voorgelegd. In elke situatie moet de kandidaat zich inleven en zich voorstellen dat hij/zij zelf in die situatie geraakt is. De onderwerpen van het gesprek dienen van te voren aan de kandidaat bekend te zijn (zie hiervoor B.1.1). Door het stellen van gerichte vragen bepaalt de examinator de structuur van het gesprek; daarbij dienen verschillende taalfuncties en rollen (zie hiervoor B.1.2 resp
- 1.1. De gespreksvaardigheid
- 1.2. De leesvaardigheid (intensief lezen of tekstbegrip)
- 1.3. De leesvaardigheid (extensief of globaal lezen)
- 1.4. De schrijfvaardigheid
- 1.5. De luistervaardigheid
- Persoonlijke omstandigheden
- Omgeving en wonen
- Familie, traditie
- Onderwijs, beroepen
- Vrije tijd en ontspanning
- Verkeer en reizen
- Lichaam, gezondheid en welzijn
- Boodschappen doen
- Eten en eetgewoonten
- Klimaat
- Ruimtelijke ordening
- Openbare diensten
- Menselijke relaties
- Feitelijke informatie geven en vragen
- Zaken gedaan krijgen
- Zaken beoordelen
- In taal uitgedrukte sociale omgangsvormen juist interpreteren en zelf hanteren
- Meningen geven en vragen en gegeven meningen begrijpen
- Emoties uitdrukken, daarnaar vragen en in de taal uitgedrukte emoties begrijpen
- binnen de familie: man/vrouw, ouder/kind, grootouder/kind, kind/kind
- binnen de beroepssfeer: baas/ondergeschikte
- binnen de kennissenkring: buurmanschap, vriendschap
- in het openbare leven: klant/verkoper, gebruiker/bediende, burger/ambtenaar, arts/patiënt
- het moet vallen binnen de sfeer van onderwerpen die aansluiten bij de eigen belangstelling en de toekomst van de kandidaten en het eigentijds, historisch-maatschappelijk en cultureel-maatschappelijk gebeuren voor zover dat aansluit bij de eigen belevingswereld;
- de hoofdzaken en belangrijke details ervan moeten door de kandidaten kunnen worden begrepen op basis van een beheersing van vocabulaire en structuren die voor de genoemde onderwerpen geëigend zijn voor deze kandidaten.
- Hoofdcriterium zal zijn de doeltreffendheid van de communicatie, dat wil zeggen dat de gemiddelde lezer de schrijver zonder moeite moet kunnen begrijpen.
- Tweede criterium zal zijn in hoeverre de kandidaat is ingegaan op de hoofdzaken en de belangrijkste details in de te beantwoorden brief.
- Het derde criterium betreft de correctheid van taalgebruik. Hierbij moet verschil gemaakt worden tussen louter formele fouten en fouten die van invloed op de betekenis kunnen zijn.
- ze moeten vallen binnen de sfeer van onderwerpen die aansluiten bij de eigen belangstelling, de toekomst van de kandidaten en het eigentijds, het historisch-maatschappelijk en cultureel-maatschappelijk gebeuren, voor zover dat aansluit bij de eigen belevingswereld (zie B.1.1);
- de hoofdzaken en belangrijke details moeten door de kandidaten begrepen kunnen worden op basis van een beheersing van vocabulaire en structuren die voor genoemde onderwerpen geëigend zijn voor deze kandidaten.
- informatieve brieven, brochures en handleidingen
- brieven van meer persoonlijke aard
- teksten uit kranten, periodieken en boeken (voor de onderwerpen zie B.1.1)
- openbare mededelingen en formulieren van overheidsinstellingen
- menukaarten
- gebruiksaanwijzingen voor o.a. medicijnen
- met bijvoorbeeld verzoeken om informatie over verblijfsmogelijkheden (kampeerplaats, hotel)
- verzoeken om inlichtingen omtrent prijs en voorwaarden van dit verblijf
- wensen van dit verblijf (duur, voorzieningen, uitzicht)
- verzoeken om inlichtingen over toeristische attracties en bezienswaardigheden
- verzoeken om de nodige reserveringen te maken
- waarin zij sociaal contact onderhouden met eigen familie of als gevolg van eerder gemaakte contacten in eigen land dan wel eigen kring
- waarmee zij reageren op advertenties die nauw te maken hebben met één of meer van de onderwerpen genoemd onder punt B.1.1.
- naar een officiële instelling met bijvoorbeeld verzoeken om inlichtingen omtrent burgerlijke zaken
- monologen en dialogen over de behandelde thema's
- een beschrijving van een situatie door derden, evenals radio- en televisie uitzendingen over algemene thema's
- de meest voorkomende waarschuwingen en bekendmakingen via geluidssystemen
- de hoofdzaken van de meest waarschijnlijke reacties op door henzelf aangesneden zaken en de door henzelf gegeven antwoorden
- de meest waarschijnlijke antwoorden op eigen vragen
- de hoofdzaken en de belangrijkste details van de door de examinator aangesneden onderwerpen, die in het examenprogramma genoemd zijn
- talige omgangsvormen.