Bijlage B B.t.v.: congruentieregels voor het schadeverzekeringsbedrijf
Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 (B.t.v.)
De regels, bedoeld in artikel 10, eerste lid, met betrekking tot het schadeverzekeringsbedrijf luiden als volgt: De muntsoort waarin de verplichtingen van de verzekeraar luiden, wordt als volgt vastgesteld:
- 1. Wanneer de dekking van een overeenkomst in een bepaalde muntsoort is uitgedrukt, wordt ervan uitgegaan dat de verplichtingen van de verzekeraar opeisbaar zijn in deze muntsoort.
- 2. Wanneer de dekking van een overeenkomst niet in een bepaalde muntsoort is uitgedrukt, wordt ervan uitgegaan dat de verplichtingen van de verzekeraar opeisbaar zijn in de muntsoort van de staat waar het risico is gelegen. De verzekeraar kan evenwel de muntsoort kiezen waarin de premie is uitgedrukt, in gevallen waarin er goede gronden voor een dergelijke keuze aanwezig zijn. Dit kan het geval zijn indien het al bij het sluiten van de overeenkomst waarschijnlijk is dat de uitkering niet in de muntsoort van de staat waar het risico is gelegen, maar zal worden gedaan in de muntsoort waarin de premie is uitgedrukt.
- 3. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de verzekeraar toestaan ervan uit te gaan dat de muntsoort waarin hij aan zijn verplichtingen moet voldoen, die is welke hij overeenkomstig de opgedane ervaring zal gebruiken, of, bij ontstentenis daarvan, de muntsoort van de staat waar zich de vestiging bevindt van waaruit de overeenkomst is aangegaan:
- a. voor overeenkomsten ter dekking van de risico’s die zijn ingedeeld in de branches Casco rollend spoorwegmaterieel, Luchtvaartuigcasco, Casco zee- en binnenschepen, Vervoerde zaken, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen en Algemene aansprakelijkheid (uitsluitend producentenaansprakelijkheid); en
- b. voor overeenkomsten ter dekking van de in de andere branches ingedeelde risico's, wanneer overeenkomstig de aard van de risico’s aan de verplichtingen moet worden voldaan in een andere muntsoort dan die welke zou voortvloeien uit de toepassing van de voorgaande bepalingen.
- 4. Wanneer een schadegeval bij de verzekeraar is gemeld en de uitkeringen moeten plaatsvinden in een bepaalde andere muntsoort dan die welke uit de toepassing van de voorgaande bepalingen voortvloeit, wordt ervan uitgegaan dat de verplichtingen van de verzekeraar in die muntsoort opeisbaar zijn, met name de muntsoort waarin de door de verzekeraar te betalen schadevergoeding is vastgesteld bij een rechterlijke uitspraak of bij overeenkomst tussen de verzekeraar en de verzekerde.
- 5. Indien een schade wordt begroot in een muntsoort die bij de verzekeraar vooraf bekend is, doch die verschilt van die welke voortvloeit uit de toepassing van de voorgaande bepalingen, mag de verzekeraar ervan uitgaan dat zijn verplichtingen opeisbaar zijn in deze muntsoort.
- 6. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan de verzekeraar toestaan om tegenover zijn technische voorzieningen geen waarden te stellen die inbaar of te gelde te maken zijn in dezelfde muntsoort als waarin de dekking van de overeenkomst luidt, indien uit de toepassing van de voorgaande bepalingen voortvloeit dat de verzekeraar om te voldoen aan het beginsel, bedoeld in de artikelen 66, zesde lid, eerste volzin, en 94, zesde lid, eerste volzin, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 over waarden in een bepaalde muntsoort moet beschikken voor een bedrag van niet meer dan zeven procent van de waarden in andere muntsoorten. In geval echter van verzekeringsuitkeringen, volgens toepassing van de voorgaande bepalingen te verrichten in:
- a. Griekse drachmen, Ierse ponden of Portugese escudo's, mag dit bedrag gedurende een periode die eindigt op 31 december 1998 niet meer bedragen dan twee miljoen euro;
- b. Belgische of Luxemburgse franken of Spaanse peseta's, mag dit bedrag gedurende een periode die eindigt op 31 december 1996 niet meer bedragen dan twee miljoen euro; waarbij geldt dat na afloop van de in onderdelen a en b genoemde overgangsperioden de algemene regeling op deze muntsoorten van toepassing is.
- 7. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan bepalen dat zij van de verzekeraar de toepassing van het beginsel, bedoeld in de artikelen 66, zesde lid, eerste volzin, en 94, zesde lid, eerste volzin, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 niet verlangt, indien:
- a. de verplichtingen opeisbaar zijn in een andere muntsoort dan die van een van de lid-staten;
- b. voor beleggingen in deze muntsoort voorschriften bestaan;
- c. voor deze muntsoort transferbeperkingen gelden; of
- d. deze muntsoort om soortgelijke redenen ongeschikt is om te worden gebruikt tot dekking van technische voorzieningen.
- 8. De verzekeraar mag een bedrag van ten hoogste twintig procent van zijn in een bepaalde muntsoort luidende verplichtingen dekken met waarden die inbaar of te gelde te maken zijn in een andere muntsoort als waarin de dekking van de overeenkomst luidt.
- 9. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan bepalen dat, wanneer krachtens voorgaande bepalingen tegenover verplichtingen waarden moeten staan die luiden in de muntsoort van een lid-staat, aan deze voorwaarde eveneens is voldaan indien de betreffende waarden in euro luiden.