Art. 4.20 Regeling keuring en handel dierlijke producten, Overige bepalingen (artikelen 4.20 tot en met 4.25)

Regeling keuring en handel dierlijke producten

Dood pluimvee, delen daarvan of vers vlees van pluimvee, dat dan wel die voor menselijke consumptie ongeschikt is dan wel zijn verklaard of anderszins niet geschikt wordt, dan wel worden, bevonden voor menselijke consumptie, wordt:

a. voor zover het vlees zich bevindt in een inrichting, onmiddellijk verzameld in de in hoofdstuk I, punt 4, onderdeel d, van bijlage I van richtlijn 71/118/EEG bedoelde bakken of lokalen dan wel, indien het een op grond van artikel 4.16, tweede lid, erkende inrichting betreft, op de wijze, bedoeld in hoofdstuk I, punt 4, onderdeel c, van bijlage II van voornoemde richtlijn en onder toezicht van de keuringsdierenarts of diens assistent onbruikbaar gemaakt voor menselijke consumptie, en

b. behandeld overeenkomstig de bij of krachtens de Destructiewet of de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aan de verwerking van derg elijk materiaal gestelde regelen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen