Bijlage 7 Uitvoeringsregeling energieprogramma's: programma, bedragen en perioden, bedoeld in artikel 1 en 3 van de Uitvoeringsregeling energieprogramma's
Uitvoeringsregeling energieprogramma's
- A. Programma agrarische sector Het doel van het programma Agrarische Sector is het bevorderen van de energie-efficiency met 26% in de periode 1989–2000. Om dit doel te bereiken, is voor de agrarische sector een aantal instrumenten beschikbaar, met name meerjarenafspraken (MJA's), de Subsidieregeling energiebesparings- en milieu-adviezen (E&M), het Besluit subsidies energiebesparende technieken (BSET) en het onderhavige programma, dat in het kader van het Besluit subsidies energieprogramma's is gericht op de agrarische sector. Het programma Agrarische Sector geeft ondersteuning aan de totstandkoming en uitvoering van meerjarenafspraken in de agrarische sector. In 1993 is een meerjarenafspraak met Nederlandse glastuinbouw afgesloten. Tevens zijn verkennende gesprekken begonnen met branche-organisaties op het gebied van de veehouderij, bloembollenkwekerijen, champignonkwekerijen en landbouwmechanisatie. Het programma is ingedeeld in vier onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: Ad a. Projecten zullen veelal voor wat betreft de slaagkans een zeker risico met zich dragen. Indien de slaagkans van het project op zichzelf te gering wordt geacht, zal het verlenen van een subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast de inschatting van de technisch en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. Demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen slechts voor een subsidie in aanmerking komen indien de technische en financieel-economische haalbaarheid voldoende is aangetoond. Ad b. Onder het nieuwheidscriterium worden in onderhavig programma verstaan: Er dient sprake te zijn van voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. Ad c. De projectkosten bij demonstratie- en marktintroductieprojecten worden getoetst aan de energie- en milieuverdienste. Hiertoe worden beoordeeld de projectkosten in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energiedragers (gulden/GJ). Ad d. Projecten worden mede beoordeeld aan de hand van de stand van zaken in de MJA en de behoefte in de betreffende sector aan de resultaten. Ad e. Een project wordt mede beoordeeld op basis van de mate waarin het toepasbaar is in de markt en de mate waarin herhalingspotentieel met betrekking tot de betreffende technologische toepassing aanwezig is. Ad h. Er wordt belang gehecht aan technieken, apparaten en systemen die voor het totaal van investerings- en exploitatiekosten substantieel gunstiger zijn dan een referentietechniek. Het onderdeel Tender Glastuinbouw richt zich op de toeleverende industrie, ontwerp- en adviesbureaus en installatiebedrijven. Tevens is dit onderdeel bedoeld voor tuinders, echter uitsluitend indien zij met voornoemde doelgroepen of met instellingen voor praktijkgericht onderzoek een aanvraag indienen. Aan de doelstelling van het onderdeel Glastuinbouw kunnen met name bijdragen (intermediaire) bedrijven en organisaties binnen deze sector, zoals: Aan de doelstelling van het onderdeel Veehouderij kunnen met name bijdragen (intermediaire) bedrijven en organisaties binnen deze sector, zoals: Aan de doelstelling van het onderdeel Overige agrarische sectoren kunnen met name bijdragen (intermediaire) bedrijven en organisaties binnen deze sectoren, zoals:
- 1. Tender Glastuinbouw Dit onderdeel wordt uitgevoerd in de vorm van een oproep voor het indienen van projectvoorstellen (tender). De aanvragen die aan de wettelijke voorschriften voldoen en passen binnen dit onderdeel, worden beoordeeld door een college van onafhankelijke deskundigen. De aanvragen worden gerangschikt aan de hand van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van dit programmaonderdeel. Artikel 9 van het Besluit subsidies energieprogramma's is van toepassing. Dit onderdeel richt zich op de verbetering van de energie-efficiency in de glastuinbouw door het bevorderen van energiebesparende technische maatregelen in de bedrijfsuitrusting en tuinbouwkassen. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten (uitsluitend bij tuinders), demonstratie- en/of marktintroductieprojecten. In het kader van dit onderdeel worden met name projecten ondersteund die gericht zijn op een commerciële toepassing op korte termijn van technieken die een aanwijsbare verbetering van de energie-efficiency te zien geven. Het gaat hier ondermeer om projecten voor de produktieglastuinbouw met betrekking tot: Dit onderdeel streeft naar een hogere penetratiegraad van (bijna) financieel en technisch haalbare opties zoals condensors, isolatie, verbeterde ligging van verwarmingsnetten, (energie)schermen, warmtekracht. In het kader van dit onderdeel kan per project maximaal f 150.000 subsidie worden verleend.
- klimaatregelingen en warmte-opwekking
- hergebruik van warmte
- warmteopslag
- warmtedistributie
- warmteverdeling
- warmtebenutting.
- 2. Glastuinbouw Dit onderdeel richt zich conform de MJA op een energie-efficiency verbetering van 50% in de periode tussen 1980 en 2000; tevens wordt gestreefd naar een energie-efficiency verbetering van 30% voor de periode tussen 1989 en 2000. In het kader van de meerjarenafspraak met het Nederlandse glastuinbouwbedrijfsleven is een tussendoelstelling van 40% voor 1980–1995 overeengekomen. Energiebesparing wordt nagestreefd door een verbetering van de bewustwording van de noodzaak van en draagvlak voor een energiezuinige bedrijfsvoering, de stimulering van de toepassing van energiebesparende maatregelen voor energie-efficiency- en rendementsverbetering, en het stimuleren van onderzoek naar en ontwikkeling, demonstratie en marktintroductie van nieuwe energiezuinige produktiesystemen, bedrijfsuitrusting en kassen met in achtneming van milieutechnische randvoorwaarden. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:
- kennisoverdracht-, demonstratie- en marktintroductieprojecten gericht op de toepassing van nu reeds financieel en technisch haalbare opties, zoals condensors, (ketel)isolatie, isolatie van expansievat, ketel en leidingen, ketelregeling, ligging van verwarmingsnet, warmtebuffers;
- demonstratie van en praktijkexperimenten met klimaat- en/of energieschermen;
- onderzoek, ontwikkeling en praktijkexperimenten gericht op verwarmingssystemen, warmte-opslag in combinatie met CO₂-voorziening, toepassing zuiver CO₂;
- onderzoek naar de verbetering van de financiële haalbaarheid van warmtepompen en alternatieve kasomhullingen;
- onderzoek naar en ontwikkeling van lange termijn opties voor specifieke toepassingen in de glastuinbouw. Het onderzoek dient zowel op de verbetering van de financiële als technische haalbaarheid gericht te zijn. Als lange termijn opties komen binnen het toepassingsgebied van de glastuinbouw ondermeer aardwarmte, windenergie, stort- of biogas, zuinige assimilatie belichting, mechanisch geventileerde (semi-)gesloten kassen en energiezuinige rassen in aanmerking;
- ontwikkeling, demonstratie en marktintroductie van afval- en restwarmte, zo mogelijk in combinatie met CO2-voorziening;
- demonstratie en marktintroductie van energiezuinige warmtekrachtinstallaties en rookgasbehandeling;
- onderzoek, ontwikkeling en demonstratie van energie-efficiënte teeltsystemen en kasklimaatsystemen en -regelingen;
- demonstratie en marktintroductie van energiezuinige milieutechnologieën.
- 3. Veehouderij Dit onderdeel richt zich op een energie-efficiency verbetering van 26% tussen 1989 en 2000 en het verminderen van de groei van het energiegebruik als gevolg van toepassing van een aantal nieuwe energie-intensieve milieutechnologieën, door middel van het bevorderen van de kennis en toepassing van energiebesparingstechnieken en energiezuinige processen voor mestbehandeling, bestrijding van ammoniakemissie en andere schadelijke emissies binnen de veehouderij. De veehouderij is ingedeeld in varkenshouderij, pluimveehouderij en rundveehouderij. Er wordt naar gestreefd om met elk van deze sectoren meerjarenafspraken te maken. Primair staat het belang, dat te ondersteunen projecten bijdragen aan vernieuwingen die een aanmerkelijk effect op energiegebruik en verbetering van het milieu hebben, en daarmee bijdragen aan het behalen van de beleidsdoelstelling. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:
- onderzoek naar en ontwikkeling, kennisoverdracht en marktintroductie van nieuwe en innovatieve energiezuinige ventilatiesystemen in de intensieve veehouderij;
- onderzoek naar en ontwikkeling, kennisoverdracht en marktintroductie van de energiebesparingsmogelijkheden bij bestaande (mechanische) ventilatiesystemen;
- ontwikkeling, demonstratie en kennisoverdracht van energie-efficiënte verwarmingssystemen in de zeugen-, vleeskuiken- en kalverhouderij;
- ontwikkelen en demonstreren van de grotere toepassingsmogelijkheden van restwarmte die vrijkomt bij de koeling van melk;
- onderzoek naar en ontwikkeling, demonstratie en kennisoverdracht van duurzame energie voor specifieke toepassing in de veehouderij;
- onderzoek naar en ontwikkeling, demonstratie en kennisoverdracht energiebesparingsmogelijkheden bij landbouwtrekkers, zelfrijdende machines, trekker/werktuig-combinaties, mechanisatie en transport;
- ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties op het gebied van energiebesparing;
- ontwikkelen, demonstreren en introduceren van energie-efficiënte (decentrale) mestverwerkingsconcepten en (brongerichte) technieken voor de reductie van ammoniak-emissie en andere schadelijke emissies.
- 4. 4. Overige agrarische sectoren Dit onderdeel richt zich op het verbeteren van de energie-efficiency met 26% tussen 1989 en 2000 en oplossing van milieugerelateerde problematiek binnen de overige agrarische sectoren. De overige agrarische sectoren betreffen met name de bloembollenteelt, paddestoelenteelt, loonwerk en de akkerbouw. Projecten komen voor ondersteuning in aanmerking indien ze behoren tot een van de bovengenoemde sectoren, aantoonbare energiebesparingsmogelijkheden hebben én indien er een directe relatie bestaat met een bestaande of in voorbereiding zijnde meerjarenafspraak. Primair staat het belang, dat te ondersteunen projecten bijdragen aan vernieuwingen die een aanmerkelijk effect op energiegebruik en verbetering van het milieu hebben, en daarmee bijdragen aan het behalen van de bovengenoemde doelstelling. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking zijn:
- onderzoek naar en ontwikkeling, demonstratie en kennisoverdracht van energiebesparingsmogelijkheden bij landbouwtrekkers, zelfrijdende machines, trekker/werktuig combinaties, mechanisatie en transport;
- onderzoek naar en ontwikkeling, demonstratie en kennisoverdracht van energiebesparingsmogelijkheden bij de teelt, trekkerij, broeierij en bewaring van bloembollen en -knollen;
- onderzoek naar en ontwikkeling, demonstratie en kennisoverdracht van energiebesparingsmogelijkheden bij de champignonteelt en de compostbereiding voor de champignonteelt;
- ontwikkeling, demonstratie en kennisoverdracht gericht op transport, droging, koeling en bewaring van onbewerkte land- en tuinbouwprodukten;
- onderzoek naar en ontwikkeling, demonstratie en kennisoverdracht van duurzame energie met specifieke toepassing in de overige agrarische sectoren;
- ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal en uitvoeren van voorlichtingsacties op het gebied van energiebesparing.
- a. de slaagkans;
- b. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
- c. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstellingen van het programma;
- d. de bijdrage van het project aan de realisatie van de doelstellingen van een bestaande of in voorbereiding zijnde meerjarenafspraak;
- e. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- f. de milieuverdienste van het project;
- g. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- overkoepelende stands- en vakorganisaties en individuele bedrijven;
- instellingen voor (praktijkgericht) onderzoek, voorlichting en onderwijs;
- installateurs, kassenbouwers, leveranciers en fabrikanten van bedrijfsuitrusting en kassen, alsmede van onderdelen;
- adviesbureaus.
- overkoepelende stands- en vakorganisaties en individuele bedrijven;
- instellingen voor (praktijkgericht) onderzoek, voorlichting en onderwijs;
- installateurs, stallenbouwers, leveranciers en fabrikanten van trekkers, werktuigen, bedrijfsuitrusting en stallen, alsmede van onderdelen;
- adviesbureaus.
- overkoepelende stands- en vakorganisaties en individuele bedrijven;
- instellingen voor (praktijkgericht) onderzoek, voorlichting en onderwijs;
- installateurs, schuren-, werkplaats- en bewaarplaatsbouwers, leveranciers en fabrikanten van trekkers, werktuigen, bedrijfsuitrusting, bewaarplaatsen, werkplaatsen en stallen, alsmede van onderdelen;
- adviesbureaus.
- B Budget Tender Glastuinbouw Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeggingen op in 1994 ontvangen aanvragen met betrekking tot het onderdeel Tender Glastuinbouw bedraagt f 1.200.000,-.
- B Budget overige onderdelen Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeggingen op in 1994 ontvangen aanvragen met betrekking tot de overige onderdelen van het programma Agrarische Sector bedraagt f 3.700.000,-.
- C Aanvraagperiode tender glastuinbouw Aanvragen met betrekking tot het onderdeel Tender Glastuinbouw moeten zijn ontvangen in de periode van 1 juni 1994 tot en met 31 oktober 1994.
- C Aanvraagperiode overige onderdelen Aanvragen met betrekking tot de overige onderdelen van het programma Agrarische Sector moeten zijn ontvangen in de periode van 1 juni 1994 tot en met 30 november 1994. Nadere informatie is verkrijgbaar bij: Novem, postbus 17, 6130 AA Sittard tel. 046 - 595295