Bijlage 4 Uitvoeringsregeling energieprogramma's: programma, bedragen en perioden, bedoeld in artikel 1 en 3 van de Uitvoeringsregeling energieprogramma's
Uitvoeringsregeling energieprogramma's
- A. Programma lichte industrie Het doel van het programma is het bevorderen van energiebesparing in de Nederlandse industrie, opdat 19% efficiencyverbetering van het energieverbruik, exclusief grondstoffen, wordt bereikt in het jaar 2000 ten opzichte van 1989, conform de doelstelling van de Vervolgnota Energiebesparing. Om de doelstelling te bereiken, is voor de industrie een aantal instrumenten opgezet, met name Meerjarenafspraken (MJA's), het Besluit tenders industriële energiebesparing (BTIEB), de Subsidieregeling energiebesparings- en milieu-adviezen (E&M), het Besluit subsidies energiebesparingstechnieken (BSET) en het onderhavige programma. Het programma is ingedeeld in twee onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: ad a. Projecten zullen veelal voor wat betreft de slaagkans een zeker risico met zich dragen. Indien de slaagkans van het project op zichzelf te gering wordt geacht zal het verlenen van een subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. Demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen slechts dan voor subsidie in aanmerking komen, indien de technische en financieel-economische haalbaarheid voldoende is aangetoond. ad b. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met: ad d. Onder het nieuwheidscriterium wordt in onderhavig programma verstaan: Het betreft hier voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. Dit geldt met name bij ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten. ad e. De projectkosten worden getoetst aan de energieverdienste. Hiertoe worden beoordeeld de projectkosten in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energiedragers (gulden/GJ). ad f. Projecten worden met name beoordeeld aan de hand van de stand van zaken in de MJA en de behoefte in de betreffende sector aan de resultaten. ad g. Een project wordt mede beoordeeld op basis van inzicht in de markttoepassing of het herhalingspotentieel van het specifieke project of produkt. ad h. Er wordt belang gehecht aan technieken, apparaten en systemen die voor het totaal van investerings- en exploitatiekosten substantieel gunstiger zijn dan een referentietechniek. ad i. Hierbij kan gedacht worden aan de bereidheid van de aanvrager tot het schrijven van een artikel voor een vakblad, het organiseren van een workshop of het openstellen van de installatie voor het bezoek van derden. Het programma Lichte Industrie is bestemd voor:
- 1. De sectorale benadering Dit programma-onderdeel is gericht op de metalectro sector, de oppervlaktebehandelingssector, de industriële loonkoel- en vriesbedrijven, de industriële natwasserijen en strijkinrichtingen en de tapijtfabrikanten. Via meerjarenafspraken zullen met deze bedrijfstakken afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de betreffende bedrijfstakken zullen bijdragen aan de bovengenoemde doelstelling. Dit onderdeel beoogt in de bedrijfstakken waarmee meerjarenafspraken zullen worden gemaakt, de doelstellingen van die meerjarenafspraken te realiseren. De soorten projecten die in 1994 voor subsidie in aanmerking komen, zijn haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, demonstratie-, marktintroductie- en kennisoverdrachtsprojecten en praktijkexperimenten die binnen bovengenoemde bedrijfstakken gericht zijn op:
- het opstellen van meerjarenplannen en monitoringsystematieken;
- het opstellen van energiebesparingsplannen;
- het implementeren van beschikbare energiebesparingsopties;
- het verbeteren of vernieuwen van branchespecifieke procestechnologie gericht op de verbetering van de energie-efficiency;
- het implementeren van energiebeheer of integrale zorg.
- 2. De benadering via de nutssector Dit programma-onderdeel is gericht op de energiedistributiebedrijven (EDB's) ten behoeve van het realiseren van hun doelstellingen zoals vermeld in het Milieu Actie Plan II (MAP II) gericht op industriële klanten. Met de EDB's worden plannen van aanpak gedefinieerd om de industriële bedrijven in de desbetreffende verzorgingsgebieden systematisch te benaderen voor het verbeteren van de energie-efficiency. De soorten projecten die in 1994 voor subsidie in aanmerking komen zijn haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelings-, demonstratie-, marktintroductie- en kennisoverdrachtsprojecten en praktijkexperimenten die gericht zijn op:
- het opstellen van plannen van aanpak voor provinciale of (inter)regionale verzorgingsgebieden;
- het ontwikkelen van energiediensten;
- het uitvoeren van projecten in samenwerking met sectoren waarmee een MJA is of zal worden afgesloten.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de nieuwheid en oorspronkelijkheid van het project en de hoeveelheid relevante informatie die met het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma;
- f. de bijdrage van het project aan de realisatie van de meerjarenafspraken;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht mogelijk is.
- de mate waarin het project bijdraagt aan een verbetering van de huidige situatie op het gebied van emissies;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingseffecten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- (vergaande) procesintegratie.
- organisaties en bedrijven binnen bovengenoemde bedrijfstakken;
- energiedistributiebedrijven;
- overkoepelende branche-organisaties en individuele bedrijven;
- instellingen voor onderzoek en hoger of wetenschappelijk onderwijs;
- leveranciers en fabrikanten van produktie-apparatuur of processen, alsmede van procesonderdelen;
- adviesbureaus.
- B. Budget Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeggingen op in 1994 ontvangen aanvragen met betrekking tot het programma Lichte Industrie bedraagt f 1 400 000,-.
- C. Aanvraagperiode Aanvragen met betrekking tot het programma Lichte Industrie moeten zijn ontvangen in de periode van 1 juni 1994 tot en met 30 november 1994. Nadere informatie is verkrijgbaar bij: Novem, postbus 503, 7300 AM Apeldoorn tel. 055 - 277877