Bijlage 16 Uitvoeringsregeling energieprogramma's: programma, bedragen en perioden, bedoeld in artikel 1 en 3 van de Uitvoeringsregeling energieprogramma's
Uitvoeringsregeling energieprogramma's
- A. Nationaal onderzoekprogramma hergebruik van afvalstoffen (NOH) Het doel van het NOH-programma is het bevorderen van duurzame oplossingen voor het afvalstoffenprobleem door middel van het sluiten van kringlopen door preventie en hergebruik, waardoor: Daarbij gelden de wettelijke milieuvoorschriften en het gepubliceerde milieu- en afvalstoffenbeleid als randvoorwaarden. Binnen de thema's ketenbeheer, preventie, kringlopen en hergebruik, zal het programma zich naast haalbaarheids- en onderzoeksprojecten vooral richten op het bevorderen van de toepassing en implementatie van nieuwe en reeds bekende methoden en technieken. Oriëntatie op de markt en aandacht voor knelpunten bij de marktintroductie spelen daarbij een belangrijke rol. Voor subsidie komen projecten in aanmerking die gericht zijn op de preventie en het hergebruik van afvalstoffen die nu en in de toekomst in relatief grote hoeveelheden in Nederland geproduceerd worden. De in aanmerking komende afval- en produktstromen moeten bovendien energetisch voldoende relevant zijn of materialen bevatten die weer als grondstof kunnen worden ingezet. Relevante afvalstromen binnen het NOH zijn huishoudelijk afval, kantoor-, winkel- en dienstenafval, grof huishoudelijk afval, industrieel afval en bouw- en sloopafval. Uitgesloten zijn projecten die zich richten op de afvalcategorieën ziekenhuisafval, verbrandingsresten van afvalverbrandingsinstallaties en poederkoolcentrales, baggerspecie, dierlijke mest, zuiveringsslib, afvalgips, jarosiet, bagger en putmodder en verontreinigde grond. Bij de beoordeling in hoeverre een project qua grondstoffenbesparing en qua milieu- en energieverdienste bijdraagt aan de doelstelling van het programma, wordt onder meer rekening gehouden met: Hierbij wordt gelet op de effecten in de gehele keten. In de aanvraag dient in relatie tot de te verwachten resultaten een goede inschatting gegeven te worden van de milieu-aspecten, waaronder energie. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van het NOH-rapport 9331 ‘Kwantificering van de energiebesparing uit afvalstoffen voor de rubrieken: preventie, hergebruik/nuttige toepassing en eindverwerking’. Ten opzichte van alternatieven moet een substantiële verbetering aannemelijk gemaakt worden. Het programma is ingedeeld in twee onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstelling van het programma wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: ad a. Projecten zullen veelal voor wat betreft de slaagkans een beperkt risico met zich dragen. Indien de slaagkans van het project op zichzelf te gering wordt geacht zal het verlenen van een subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. ad d. Van belang is dat projecten zoveel mogelijk aansluiten op reeds eerder door de aanvrager of door anderengegenereerde kennis en dat doublures worden vermeden. ad e. De projectkosten worden getoetst aan de te realiseren energie- en milieuverdienste van het project en de doelstelling van het betreffende onderdeel. ad f. Onder het nieuwheidscriterium wordt in dit programma verstaan: Het betreft hier voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. ad g. Een project wordt mede beoordeeld op basis van inzicht in de markttoepassing of het herhalingspotentieel van het specifieke project of produkt. ad h. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bereidheid van de aanvrager tot het meewerken aan het schrijven van een artikel voor een vakblad en het openbaar maken van de rapportage. Aan de doelstelling van het programma kunnen met name bijdragen bedrijven en branche-organisaties die activiteiten wensen te ontplooien die gericht zijn op bovengenoemde doelstelling en de hiervoor genoemde onderwerpen.
- verspilling van grondstoffen en energie wordt tegengegaan;
- minder verontreinigende stoffen in het milieu gebracht worden;
- de hoeveelheid afval verminderd wordt.
- de mate waarin het ontstaan van afvalstoffen wordt voorkomen;
- de mate waarin minder verontreinigde stoffen vrijkomen;
- de mate van benutting voor vrijkomend afval (na opwerking) door hergebruik of nuttige toepassing;
- mate waarin verspilling van grondstoffen wordt tegengegaan;
- mate waarin direct of indirect energie bespaard wordt.
- 1. Ketenbeheer en preventie Dit onderdeel richt zich op het verkrijgen van inzicht in duurzame oplossingen in de keten voor knelpunten met betrekking tot afvalstoffen. De nadruk ligt daarbij op de introductie van methoden en technieken voor het optimaal beheren van grondstofprodukt-afvalketens of delen daarvan. Naast het beter beheren van de totale keten, zal in delen daarvan (binnen de keten) bij producerende bedrijven preventie van het ontstaan van afvalstoffen worden gestimuleerd. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:
- haalbaarheids- en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten die gericht zijn op introductie van integrale ketenanalyse. Het gaat hierbij om innovatieve projecten door bedrijven gericht op vermindering van milieubelasting als uitwerking van integraal ketenbeheer (alle milieuaspecten in de gehele levenscyclus van het produkt). Hierbij dient de introductie en toepasbaarheid van instrumenten zoals Levens Cyclus Analyse (LCA) en handboek milieugerichte produktontwikkeling (MPO) bevorderd te worden;
- afvalpreventie bij industrie. Het gaat hierbij om haalbaarheids- en onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten van preventie-opties die als voorbeeld kunnen dienen voor andere bedrijven in de volgende bedrijfstakken;
- hout- en meubelindustrie, gericht op het voorkomen van houtafval door inzet van innovatieve technieken/methoden;
- kunstharsindustrie, gericht op voorkomen van het ontstaan van waterige gevaarlijke afvalstromen door inzet van innovatieve technieken/methoden;
- aardolieraffinaderijen, gericht op intern hergebruik van oliehoudende afvalstromen in het raffinageproces ter voorkoming van externe verwerking of interne verbranding.
- 2. Kringlopen Dit onderdeel richt zich op het bevorderen van de introductie van zogenaamde ‘lekvrije’ kringlopen. Betrokkenheid van bedrijven, brancheverenigingen, bedrijfskolommen en indien relevant van gemeenten is van groot belang. Naast produkthergebruik behoort ook de inzet van secundair materiaal voor het oorspronkelijke produkt (retoursystemen) tot kringlopen en ook de inzet van secundair materiaal als oorspronkelijke grondstof tot het aandachtsgebied van dit onderdeel. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: Haalbaarheids-, onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten die betrekking hebben op kringlopen (of onderdelen daaruit ter bevordering van het komen tot kringlopen op langere termijn) betreffende de volgende afvalcategorieën: Voorwaarde voor dergelijke projecten is de toepasbaarheid van de ingezamelde materialen en produkten. Onderdelen van kringlopen die de meeste prioriteit hebben zijn ontwerp voor hergebruik, retoursystemen en logistiek. Daarnaast mag met name voor wit- en bruingoed het totale energiegebruik voor produktie, gebruik en verwijdering van een apparaat niet toenemen als gevolg van het opnieuw in de kringloop brengen.
- grof huishoudelijk afval. Hierbij wordt met name aandacht besteed aan de produktgroepen;
- wit- en bruingoed, o.a. ketels, boilers, geisers en TV's;
- vloerbedekking;
- tuin- en binnenmeubilair;
- bouwafval. Hierbij wordt met name aandacht besteed aan de produktgroepen;
- tussenwanden;
- gevelelementen;
- composteerbare bedrijfsafvalstoffen.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- c. de aansluiting op convenanten tussen Rijksoverheid en het bedrijfsleven ter ondersteuning van de uitvoering van overheidsbeleid met betrekking tot produkten en afvalstoffen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- het toepassen van nieuwe danwel vernieuwende technologieën, processen en methodieken
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën en systemen.
- B. Budget * Dit budget wordt beschikbaar gesteld door de Ministers van Economische Zaken en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeggingen op in 1994 ontvangen aanvragen met betrekking tot het Nationaal Onderzoekprogramma Hergebruik van afvalstoffen bedraagt f 2.766.000,-.
- C. Aanvraagperiode Aanvragen met betrekking tot het Nationaal Onderzoekprogramma Hergebruik van afvalstoffen moeten zijn ontvangen in de periode van 1 juni 1994 tot en met 30 september 1994. Nadere informatie is verkrijgbaar bij: Novem, Postbus 8242, 3503 RE Utrecht tel. 030 - 363 444