Bijlage 15 Uitvoeringsregeling energieprogramma's: programma, bedragen en perioden, bedoeld in artikel 1 en 3 van de Uitvoeringsregeling energieprogramma's
Uitvoeringsregeling energieprogramma's
- A. Programma energiewinning uit afval en biomassa (EWAB) Het doel van het EWAB-programma is het bevorderen van de toepassing van afval en biomassa als duurzame energiebron en wel op zodanige wijze, dat daarmee maximaal wordt bijgedragen aan de besparing op het gebruik van fossiele brandstoffen. Daarbij gelden de wettelijke milieuvoorschriften en het gepubliceerde milieu- en afvalstoffenbeleid als randvoorwaarden. Het programma richt zich vooral op projecten op het gebied van haalbaarheid, technologie-ontwikkeling, demonstratie van marktintroductie. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: ad a. Projecten zullen veelal voor wat betreft de slaagkans een zeker risico met zich dragen. Indien de slaagkans van het project op zichzelf te gering wordt geacht zal het verlenen van een subsidie niet aan de orde zijn. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. Demonstratie- en marktintroductieprojecten kunnen slechts dan voor subsidie in aanmerking komen indien de technische en financieel-economische haalbaarheid voldoende is aangetoond. ad b. Bij de bepaling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met: Gelet op samenhang tussen bepaalde emissies en het energiegebruik, geldt met name voor marktintroductieprojecten dat zij een voldoende hoog energetisch rendement dienen te hebben. De voorkeur wordt gegeven aan marktintroductieprojecten met hoogrendementsprocessen, waaronder warmte/krachtsystemen. ad d. Van belang is dat projecten zoveel mogelijk aansluiten op reeds eerder door de aanvrager of door anderen gegenereerde kennis en dat voor wat betreft haalbaarheids- en ontwikkelingsprojecten doublures worden vermeden. ad e. Met name bij demonstratie- en marktintroductieprojecten worden de projectkosten getoetst aan de energie- en milieuverdienste. Hiertoe worden beoordeeld de projectkosten in termen van kosten per hoeveelheid bespaarde primaire energiedragers (gulden/GJ) en per hoeveelheid vermeden CO₂-emissie (gulden/ton CO2). ad f. Onder het nieuwheidscriterium wordt in dit programma verstaan: Er dient sprake te zijn van voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. Dit geldt met name voor ontwikkelingsprojecten. ad g. Een project wordt mede beoordeeld op basis van de mate waarin een dergelijke project toepasbaar is in de markt en de mate waarin herhalingspotentieel met betrekking tot de betreffende technologische toepassing aanwezig is. ad h. Er wordt belang gehecht aan technieken, apparaten en systemen die voor het totaal van investerings- en exploitatiekosten substantieel gunstiger zijn dan een referentietechniek. ad i. Hierbij kan gedacht worden aan de bereidheid van de aanvrager tot het schrijven van een artikel voor een vakblad, het organiseren van een workshop of het openstellen van de installatie voor het bezoek van derden. Aan de doelstelling van het programma kunnen met name bijdragen bedrijven en instellingen die initiatieven wensen te nemen om afval en/of biomassa te benutten voor energie-opwekking. Hierbij gaat het vooral om industriële bedrijven, nutsbedrijven, gemeentelijke instellingen en samenwerkingsverbanden, afvalverwerkende bedrijven, landbouwcoöperaties, bosbouwgroepen e.d., Voor technologie-ontwikkeling richt het programma zich vooral op industriële bedrijven, onderzoeksinstituten en instellingen voor hoger of wetenschappelijk onderwijs.
- 1. Grootschalige afvalverbranding Dit onderdeel richt zich op de verbranding van huishoudelijk en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval in grootschalige verbrandingsinstallaties op basis van roosteroventechnologie. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:
- haalbaarheids-, ontwikkelings-, demonstratie- en marktintroductieprojecten die gericht zijn op het bevorderen van de energiewinning uit grootschalige afvalverbranding o.a. door introductie van rendementsverhogende technieken en maatregelen bij afvalverbrandingsinstallaties, vooral voor zover deze voortkomen uit het Plan van Aanpak ‘Energiewinning uit Grootschalige Afvalverbranding’;
- haalbaarheids-, ontwikkelings-, demonstratie- en marktintroductieprojecten die een bijdrage leveren aan de oplossing van milieuhygiënische knelpunten en de algemene graad van professionalisering van de afvalverbranding (o.a. emissiebeperking, reststoffenverwerking) voor zover deze kunnen worden beschouwd als proces-geïntegreerde technieken of maatregelen en voor zover aan de toepassing van de voorgestelde technieken een directe of indirecte energieverdienste is verbonden.
- 2. Overige conversietechnieken Dit onderdeel richt zich op de omzetting van afval en biomassa in energie door middel van zowel thermische als biologische conversietechnieken (met uitzondering van de grootschalige afvalverbranding middels roosteroventechnologie). De conversie kan zowel betrekking hebben op afvalstoffen als op biomassa: huishoudelijk afval (of fracties daaruit), hout (vers hout, oud hout, resthout), bedrijfsafval, zuiveringsslib, afvalwater, agrarische residuen, mest, stro en bermgras, energiegewassen. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: Haalbaarheids-, ontwikkelings-, demonstratie- en marktintroductieprojecten gericht op:
- schone en efficiënte verbranding;
- het meeverbranden met fossiele brandstoffen (co-combustion) in elektriciteitscentrales of bij andere toepassingen;
- vergassing (nadruk op circulerend wervelbedvergassing);
- pyrolyse (nadruk op flashpyrolyse);
- voorbewerking die nodig is om van afval een (hoogwaardige) brandstof te maken;
- stortgaswinning en -benutting;
- vergisting (nadruk op de gecombineerde vergisting van bedrijfsafval, fracties van huishoudelijk afval en mest).
- 3. Beschikbaarheid van biomassa Dit onderdeel richt zich op het beschikbaar maken van verschillende vormen van schone biomassa voor de produktie van elektriciteit en/of warmte, zoals de teelt, de oogst, opslag en logistiek en de brandstofvoorbereiding van biomassa. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen zijn: Haalbaarheids-, ontwikkelings-, demonstratie- en marktintroductieprojecten gericht op:
- logistieke aspecten, oogst-, opslag- en brandstofvoorbereidingstechnologie.
- de teelt van energiegewassen, uitsluitend voor zover dit een geïntegreerd onderdeel uitmaakt van een project dat gericht is op het beschikbaar maken van biomassa voor de elektriciteits- en/of warmtevoorziening. Van een dergelijk project dienen tenminste de oogst, opslag en brandstofvoorbereiding eveneens deel uit te maken.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de realisatie van de doelstelling van het programma;
- f. de nieuwheid van het project;
- g. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- h. de kostprijsverlaging van voor het programma relevante technieken;
- i. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt.
- de mate waarin CO₂-emissie wordt vermeden(ton/jaar);
- de mate waarin het project bijdraagt aan een verbetering van de huidige situatie op het gebied van emissies en reststoffenverwerking;
- de mate waarin wordt vermeden dat verschuivingseffekten van milieuproblemen van het ene milieucompartiment naar het andere optreden.
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën;
- (vergaande) procesintegratie.
- B. Budget Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeggingen op in 1994 ontvangen aanvragen met betrekking tot het programma Energiewinning uit Afval en Biomassa bedraagt f 9 800 000,-.
- C. Aanvraagperiode Aanvragen met betrekking tot het programma Energiewinning uit Afval en Biomassa moeten zijn ontvangen in de periode van 1 juni 1994 tot en met 30 december 1994. Nadere informatie is verkrijgbaar bij: Novem, Postbus 8242, 3503 RE Utrecht tel. 030-363444