Bijlage 10 Uitvoeringsregeling energieprogramma's: programma, bedragen en perioden, bedoeld in artikel 1 en 3 van de Uitvoeringsregeling energieprogramma's
Uitvoeringsregeling energieprogramma's
- A. Programma rationeel gebruik van energie in verkeer en vervoer (REV) Het doel van het REV-programma is het leveren van een bijdrage aan het energiebesparingsbeleid van de overheid, zoals verwoord in de Vervolgnota Energiebesparing, voor wat betreft de sector Verkeer en Vervoer op het gebied van technologische ontwikkeling, innovatie en gedragsverandering. Het programma is ingedeeld in drie onderdelen: De mate waarin een project bijdraagt aan de realisering van de doelstellingen van het programma, wordt tevens bepaald door de volgende aspecten: Toelichting op de bovengenoemde aspecten: ad a. Voor het vaststellen van de slaagkans van een project wordt, naast een inschatting van de technische en financieel/economische haalbaarheid, tevens rekening gehouden met factoren van organisatorische en bestuurlijke aard, alsmede met de financiële draagkracht van de aanvrager. ad b. Bij de beoordeling van de milieuverdienste wordt rekening gehouden met verbetering ten aanzien van brandstofbesparing. ad d. Van belang is dat projecten zoveel mogelijk aansluiten op reeds eerder door de aanvrager of door anderen gegenereerde kennis en dat voor wat betreft haalbaarheids- en ontwikkelingsprojecten doublures worden vermeden. ad f. Bij de introductie van nieuwe technieken is het van belang dat er in een vroeg stadium betrokkenheid is van de industrie of organisaties van eindgebruikers. De voorkeur wordt dan ook gegeven aan projecten met een wezenlijke betrokkenheid van de industrie of organisaties van eindgebruikers, zowel inhoudelijk als financieel. ad g. Bij de beoordeling gaat de voorkeur uit naar projecten die worden ondernomen door samenwerkingsverbanden van industrie, afnemers, onderzoekinstellingen, ontwikkelbedrijven. ad h. Onder het nieuwheidscriterium wordt in dit programma verstaan: Er dient sprake te zijn te zijn van voor Nederland in meer of mindere mate grensverleggende toepassingen. ad i. Een project wordt mede beoordeeld op basis van de mate waarin het toepasbaar is in de markt, en de mate waarin herhalingspotentieel met betrekking tot de betreffende technologische toepassing aanwezig is. ad j. Naast de bereidheid van de aanvrager tot het schrijven van een artikel, het organiseren van een workshop of het openstellen van een installatie voor bezoek van derden, wordt hierbij met name aandacht besteed aan de participatie van relevante partijen in het project. Aan de doelstelling van het programma kunnen met name bijdragen:
- 1. Ontwikkeling van zuinige transportmiddelen Dit onderdeel richt zich op het bevorderen van industrieel onderzoek en industriële ontwikkeling in Nederland met betrekking tot de verhoging van de energie-efficiency van wegvoertuigen. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen, zijn onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten die mede gefinancierd worden door de industrie en die betrekking hebben op:
- voortzetting van reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteunde ontwikkeling gericht op verhoging van het energetisch rendement van Diesel- en Otto-motoren;
- ontwikkeling van systemen bestaande uit een vorm van continu variabele transmissie en regeling ter optimalisatie van het energetisch rendement van het gehele aandrijfsysteem;
- voortzetting van reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteunde ontwikkeling van een vliegwielenergie-opslagsysteem;
- onderzoek en ontwikkeling, voornamelijk industrieel vóór-onderzoek, gericht op vermindering van voertuiggewicht ter verhoging van de energie-efficiency;
- ontwikkeling van energie-efficiënte mobiele werktuigen, danwel componenten daarvoor, met uitzondering van landbouwmachines.
- voortzetting van reeds eerder in het kader van het REV-progamma ondersteunde ontwikkeling gericht op een lichtgewicht auto met een zuinige aandrijflijn.
- 2. Efficiënt gebruik van transportmiddelen
- 2A Vervoersefficiency Dit onderdeel richt zich op de ontwikkeling en praktijkbeproeving van technische hulpmiddelen en systemen ten behoeve van een efficiëntere inzet van transportmiddelen. Met name dit onderdeel van het REV-programma vervult een aanvullende rol op andere door de overheid geëntameerde of ondersteunde projecten en programma's, voor wat betreft energie- en milieu-effecten. De voornaamste soorten projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:
- ontwikkelingsprojecten van geïntegreerde fleetmanagementsystemen voor het goederenvervoer en praktijkexperimenten met dergelijke reeds ontwikkelde systemen;
- kennisoverdrachtsystemen van natuur- en milieuorganisaties gericht op efficiencyverbetering in het goederenvervoer;
- samenwerkingsverbanden van containerververvoerbedrijven gericht op efficiencyverbetering, betere beladingsgraad, verdikking van goederenstromen, waardoor tevens gecombineerd vervoer mogelijk wordt; te realiseren in de context van een regionale container-afhandelingsfaciliteit;
- multi-depotplanning in de mengvoederdistributie; met betrekking tot de gehele keten van aanvoer van grondstoffen per binnenvaart, gespecialiseerde produktielokaties en distributie van produkten over de weg.
- 2B Gedragsbeïnvloeding: ‘Koop Zuinig, Rij Zuinig’ Dit onderdeel is er op gericht om via een planmatige en resultaatgerichte aanpak automobilisten, chauffeurs en vervoerondernemers te motiveren tot het energie- en milieubewust aanschaffen en gebruiken van personenauto's, bestel- en vrachtwagens en autobussen. De voornaamste projecten die in 1994 voor een bijdrage in aanmerking komen, zijn kennisoverdrachtprojecten die betrekking hebben op:
- communicatie-activiteiten van zogenaamde intermediaire organisaties in de sector verkeer en vervoer (branche- en koepelorganisaties) die worden uitgebreid c.q. aangevuld met het thema ‘Koop Zuinig, Rij Zuinig’. Daarbij zal met name een vervolg worden gegeven aan in 1993 gestarte activiteiten zoals de perfect driving competitions, campagnes van Bovag-RAI, activiteiten van Veilig Verkeer Nederland, uitgaven gekoppeld aan het rijbewijs, en acties in samenwerking met autofabrikanten en oliemaatschappijen;
- bij succesvolle resultaten van de in 1993 gestarte pilots bij grote fleetowners zullen in 1994 nieuwe pilots gestart worden. Beheerders van grote bedrijfswagenparken kunnen ondersteuning krijgen voor projecten op het gebied van energiezuinig rijden en aankopen, indien hierbij gebruik gemaakt wordt van de in het kader van ‘Koop Zuinig, Rij Zuinig’ ontwikkelde instrumenten (zoals cursussen, creatieve concepten);
- projecten gericht op aanvulling van leermiddelen voor de primaire rij-opleiding (A t/m E), alsmede leermiddelen voor de opleiding tot rij-instructeur, kunnen aangevuld worden met lesstof op het terrein van energiebewust rij- en aankoopgedrag;
- continuering van het in 1993 opgezette project ‘Adviseurs Verkeersveiligheid, Energie en Milieu’ (AVEM) bij TLN, EVO en het VCC Amsterdam ZO, alsmede uitbreiding hiervan door installering van een AVEM bij een branche-organisatie voor het openbaar vervoer;
- in vervolg op eerder gestarte projecten gericht op de uitbreiding met energie- en milieu-aspecten van cursussen en opleidingen voor fysieke distributie, komen projecten voor subsidie in aanmerking, waarbij de opleiding voor intern transport op vergelijkbare wijze wordt aangevuld met energie- en milieu-aspecten.
- 3. Vervangende energiedragers Dit onderdeel richt zich op verbreding van het pakket energiedragers in het wegtransport, voornamelijk LPG. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan diversificatie van brandstoffen en verbetering van het milieu, vooral in stedelijke gebieden, gecombineerd met een zo hoog mogelijke energetische efficiency. De voornaamste projecten die in 1994 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:
- onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten met betrekking tot toepassing van LPG met elektronische inspuit- en regeltechnieken, reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteund.
- a. de slaagkans van het project;
- b. de milieuverdienste van het project;
- c. de relevantie voor andere doelstellingen van overheidsbeleid en de aansluiting op internationale ontwikkelingen;
- d. de mate waarin het project aansluit bij een aanwezig innovatietraject, van de aanvrager of van anderen;
- e. de projectkosten in relatie tot de bijdrage aan de doelstelling van het programma;
- f. de mate van betrokkenheid van de industrie of organisaties van eindgebruikers;
- g. de relevantie voor technologische clusters in Nederland;
- h. de nieuwheid van het project;
- i. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt;
- j. de mate waarin relevante kennisoverdracht plaatsvindt
- het toepassen van nieuwe dan wel vernieuwende technologieën;
- het geven van nieuwe toepassingen aan bestaande technologieën.
- fabrikanten van transportmiddelen
- fabrikanten van componenten en systemen voor transportmiddelen
- organisaties op het gebied van verkeer en vervoer
- vervoerbedrijven
- bedrijven die goederen laten vervoeren
- instellingen voor onderzoek en
- hoger of wetenschappelijk onderwijs.
- B. Budget Het bedrag dat beschikbaar is voor het doen van subsidietoezeggingen op in 1994 ontvangen aanvragen met betrekking tot het programma Rationeel Gebruik van Energie in Verkeer en Vervoer bedraagt:
- voor onderdeel 1 : f 2 636 000,-
- voor onderdeel 2a: f 1.250.000,-
- voor onderdeel 2b: f 475,000,-
- voor onderdeel 3 : f 561.000,-.
- C. Aanvraagperiode Aanvragen met betrekking tot het programma Rationeel Gebruik van Energie in Verkeer en Vervoer, onderdeel 1, moeten zijn ontvangen in de periode van 1 juni 1994 tot en met 23 december 1994. Aanvragen met betrekking tot het programma Rationeel Gebruik van Energie in Verkeer en Vervoer, onderdelen 2a, 2b en 3, moeten zijn ontvangen in de periode van 1 juni 1994 tot en met 30 november 1994. Nadere informatie is te verkrijgen bij: Novem, postbus 8242, 3503 RE Utrecht tel. 030 - 363444