Art. 5 Besl. geldboete, De plaats, wijze en termijn van betaling

Besluit tenuitvoerlegging geldboeten (Besl. geldboete)

1. In het belang van een juiste taakuitoefening bij de inning van een opgelegde geldboete wordt in de gevallen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, tweede zin, 3a, eerste lid en 3b, eerste lid, onverwijld een betalingsbewijs uitgereikt dat door de persoon aan wie wordt voldaan, is gedagtekend en ondertekend.

2. In de gevallen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, tweede zin, 3a, eerste lid en 3b, eerste lid, wordt van de inning van de geldboete aantekening gehouden op de wijze zoals door het Centraal Justitieel Incassobureau is aangegeven.

3. De aantekeningen worden, uiterlijk een jaar nadat zij zijn opgemaakt, desverlangd getoond aan de personen die met het toezicht op de inning van geldboeten zijn belast.