Bijlage 3 Onderwerpen centraal en schriftelijk examen aardrijkskunde 1995–1996: examenstructuur ‘mainports: nederland distributieland’

Onderwerpen centraal en schriftelijk examen aardrijkskunde 1995–1996

Het betreft: Van de kandidaten wordt verwacht dat zij: Van de kandidaten wordt verwacht dat zij kennis hebben van: Alleen begrippen die specifiek zijn voor dit onderwerp zijn vermeld. Relevante termen en begrippen die naar de gangbare mening van onderwijsgevenden tot de vaste geografische basiskennis behoren, worden bekend verondersteld. Mainport, distributiecentrum, overslag, achterland, logistiek, infrastruktuur (materieel en immaterieel), inland-knooppunt, Global Shift, schaalvoordeel, agglomeratie-effect, toegevoegde waarde, open-skies verdrag, nimby-syndroom, electronische snelweg. Met betrekking tot Rotterdam: Rotterdam, Amsterdam, Antwerpen, Duinkerken, Zeebrugge, Hamburg, Wilhelmshaven, Bremen, Le Havre, Londen, Felixtowe. Noordzee, Europageul, Nieuwe Waterweg, Nieuwe Maas, Lek, Merwede, Hollands Diep, Schelde-Rijnkanaal, Maas, Waal, Rijn, Main, Main-Donaukanaal, Mittellandkanaal. Met betrekking tot Schiphol: Frankfurt, Londen, Parijs, Brussel. Voor dit economisch-geografische onderwerp moeten kandidaten een aantal vaardigheden geoefend hebben die ook op het c.e. getoetst kunnen worden. De belangrijkste zijn: